BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.8.9
Regeling bemanning zeeschepen
1. Een bekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart of stuurman kleine zeilvaart wordt afgegeven door het Landelijke Examenbureau voor de Beroepszeilvaart.
2. Het Landelijk Examenbureau, bedoeld in het eerste lid, heeft rechtspersoonlijkheid.
3. Aan het Landelijk Examenbureau zijn een Examencommissie, een College van Gecommitteerden en een College van Toezicht verbonden.
4. De Examencommissie bestaat uit deskundigen uit het vakgebied en is belast met het opstellen van examens en de uitvoering daarvan.
5. Het College van Gecommitteerden bestaat ten minste uit één vertegenwoordiger van de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de werknemers in de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de bekwaamheidsbewijshouders en een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart.
6. Het College van Gecommitteerden kan worden aangevuld met deskundigen uit de Handelsvaart of de Koninklijke Marine.
7. Het College van Gecommitteerden heeft tot taak:
a. het opzetten en bewaken van beroepsprofielen;
b. het vaststellen van de eindtermen documenten;
c. het goedkeuren van het door het bestuur van het Examenbureau opgestelde examenreglement; en
d. het bewaken van het kwaliteitsniveau van de schriftelijke en mondelinge examens.
8. Het College van Toezicht is ten minste samengesteld uit één vertegenwoordiger van de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart en een onafhankelijke jurist. Het College kiest uit zijn midden een voorzitter.
9. Het Landelijk Examenbureau zendt jaarlijks aan de minister een rapportage van kwaliteitscontroles van het gehanteerde management- en kwaliteitssysteem, alsmede een afschrift van het rapport betreffende het functioneren ervan opgemaakt door een van het Landelijk Examenbureau onafhankelijke instantie of certificerende instelling.
10. De rapportages, bedoeld in het negende lid, bevatten ten minste de geconstateerde tekortkomingen en de daaruit voortvloeiende acties voor verbetering.
11. De bevoegdheid van het Landelijke Examenbureau tot het afgeven van de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingetrokken, indien naar de mening van de minister uit de kwaliteitscontrole blijkt dat er ernstige tekortkomingen zijn geconstateerd, dan wel dat onvoldoende uitvoering wordt gegeven aan het implementeren van acties ter verbetering, waardoor de kwaliteit van de examinering onvoldoende is gewaarborgd.
2. Het Landelijk Examenbureau, bedoeld in het eerste lid, heeft rechtspersoonlijkheid.
3. Aan het Landelijk Examenbureau zijn een Examencommissie, een College van Gecommitteerden en een College van Toezicht verbonden.
4. De Examencommissie bestaat uit deskundigen uit het vakgebied en is belast met het opstellen van examens en de uitvoering daarvan.
5. Het College van Gecommitteerden bestaat ten minste uit één vertegenwoordiger van de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de werknemers in de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de bekwaamheidsbewijshouders en een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart.
6. Het College van Gecommitteerden kan worden aangevuld met deskundigen uit de Handelsvaart of de Koninklijke Marine.
7. Het College van Gecommitteerden heeft tot taak:
a. het opzetten en bewaken van beroepsprofielen;
b. het vaststellen van de eindtermen documenten;
c. het goedkeuren van het door het bestuur van het Examenbureau opgestelde examenreglement; en
d. het bewaken van het kwaliteitsniveau van de schriftelijke en mondelinge examens.
8. Het College van Toezicht is ten minste samengesteld uit één vertegenwoordiger van de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart en een onafhankelijke jurist. Het College kiest uit zijn midden een voorzitter.
9. Het Landelijk Examenbureau zendt jaarlijks aan de minister een rapportage van kwaliteitscontroles van het gehanteerde management- en kwaliteitssysteem, alsmede een afschrift van het rapport betreffende het functioneren ervan opgemaakt door een van het Landelijk Examenbureau onafhankelijke instantie of certificerende instelling.
10. De rapportages, bedoeld in het negende lid, bevatten ten minste de geconstateerde tekortkomingen en de daaruit voortvloeiende acties voor verbetering.
11. De bevoegdheid van het Landelijke Examenbureau tot het afgeven van de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingetrokken, indien naar de mening van de minister uit de kwaliteitscontrole blijkt dat er ernstige tekortkomingen zijn geconstateerd, dan wel dat onvoldoende uitvoering wordt gegeven aan het implementeren van acties ter verbetering, waardoor de kwaliteit van de examinering onvoldoende is gewaarborgd.