BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.5.6
Regeling bemanning zeeschepen
1. Verblijven worden voldoende verwarmd, rekening houdend met de klimatologische omstandigheden.
2. De verwarming geschiedt door toevoer van stoom, heet water, warme lucht of elektriciteit.
3. De verwarmingsinrichting en de plaats en wijze van opstelling daarvan voldoet aan door de minister te stellen eisen.
4. Het verwarmingssysteem is in gebruik zolang er vissers aan boord zijn en wanneer de omstandigheden dat vereisen.
5. Radiatoren in een verblijf zijn doelmatig geplaatst en waar nodig afgeschermd.
6. De verwarmingsinrichting heeft vermogen waarmee onder normale klimatologische omstandigheden die tijdens de reis kunnen worden ondervonden, in verblijven een temperatuur van ten minste 20 graden Celsius kan worden onderhouden.
2. De verwarming geschiedt door toevoer van stoom, heet water, warme lucht of elektriciteit.
3. De verwarmingsinrichting en de plaats en wijze van opstelling daarvan voldoet aan door de minister te stellen eisen.
4. Het verwarmingssysteem is in gebruik zolang er vissers aan boord zijn en wanneer de omstandigheden dat vereisen.
5. Radiatoren in een verblijf zijn doelmatig geplaatst en waar nodig afgeschermd.
6. De verwarmingsinrichting heeft vermogen waarmee onder normale klimatologische omstandigheden die tijdens de reis kunnen worden ondervonden, in verblijven een temperatuur van ten minste 20 graden Celsius kan worden onderhouden.