BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.1.10
Regeling bemanning zeeschepen
1. In afwijking van artikel 4.1.9, eerste lid, en in overeenstemming met norm A3.1, achtste lid, van het MLC-verdrag zijn op een passagiersschip dagverblijven toegestaan waar geen daglicht kan toetreden indien:
a. de lichtsterkte van de verlichting variabel instelbaar is om het gebrek aan daglicht naar behoefte van de zeevarende te kunnen compenseren; en
b. materialen en kleuren voor wand- en vloerbedekking worden toegepast gericht op ruimtebeleving.
2. De minister kan, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden en rekening houdend met de in leidraad B3.1.6, eerste lid, van het MLC-verdrag genoemde factoren, ontheffing verlenen van artikel 4.1.9, derde tot en met vijfde lid, ten aanzien van de aanwezigheid van afzonderlijke dagverblijven.
3. Voor een zeeschip van minder dan 3.000 GT kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, ontheffing verlenen van norm A3.1, tiende lid, onderdeel a, van het MLC-verdrag ten aanzien van de plaatsing van dagverblijven.
a. de lichtsterkte van de verlichting variabel instelbaar is om het gebrek aan daglicht naar behoefte van de zeevarende te kunnen compenseren; en
b. materialen en kleuren voor wand- en vloerbedekking worden toegepast gericht op ruimtebeleving.
2. De minister kan, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden en rekening houdend met de in leidraad B3.1.6, eerste lid, van het MLC-verdrag genoemde factoren, ontheffing verlenen van artikel 4.1.9, derde tot en met vijfde lid, ten aanzien van de aanwezigheid van afzonderlijke dagverblijven.
3. Voor een zeeschip van minder dan 3.000 GT kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, ontheffing verlenen van norm A3.1, tiende lid, onderdeel a, van het MLC-verdrag ten aanzien van de plaatsing van dagverblijven.