BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.8.1
Regeling bemanning zeeschepen
1. In afwijking van de artikelen 3.1.1 tot en met 3.1.4 van het besluitis op de afgifte en het vernieuwen van een vaarbevoegdheidsbewijs voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT dit artikel van toepassing.
2. Een vaarbevoegdheidsbewijs voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT wordt door de minister afgegeven indien de aanvrager met de daarvoor benodigde bekwaamheidsbewijzen en diensttijd aantoont ten minste te voldoen aan de desbetreffende minimumeisen in de artikelen 3.8.4 tot en met 3.8.8.
3. Een bekwaamheidsbewijs voor de zeilvaart mag ten hoogste vier jaar voor de afgifte van het gevraagde vaarbevoegdheidsbewijs zijn afgegeven.
4. Een vaarbevoegdheidsbewijs is geldig tot ten hoogste vijf jaar na de datum van afgifte.
5. Een geldig vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan worden vernieuwd indien de houder heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van de minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld of in een andere, bij regeling van de minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie, gedurende ten minste:
a. diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van één seizoen in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing; of
b. diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van een half seizoen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing.
2. Een vaarbevoegdheidsbewijs voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT wordt door de minister afgegeven indien de aanvrager met de daarvoor benodigde bekwaamheidsbewijzen en diensttijd aantoont ten minste te voldoen aan de desbetreffende minimumeisen in de artikelen 3.8.4 tot en met 3.8.8.
3. Een bekwaamheidsbewijs voor de zeilvaart mag ten hoogste vier jaar voor de afgifte van het gevraagde vaarbevoegdheidsbewijs zijn afgegeven.
4. Een vaarbevoegdheidsbewijs is geldig tot ten hoogste vijf jaar na de datum van afgifte.
5. Een geldig vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan worden vernieuwd indien de houder heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van de minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld of in een andere, bij regeling van de minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie, gedurende ten minste:
a. diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van één seizoen in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing; of
b. diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van een half seizoen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing.