BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.8.5
Regeling bemanning zeeschepen
1. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart I, II en IIIA, is ten minste vereist:
a. het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart;
b. het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid;
c. het bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord;
d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
e. het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie; en
f. een diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van twee seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen, waarbij ten hoogste één seizoen op binnenwater is behaald.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel f, volstaat een diensttijd van twee seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen op binnenwater voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart I en II.
a. het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart;
b. het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid;
c. het bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord;
d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
e. het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie; en
f. een diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van twee seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen, waarbij ten hoogste één seizoen op binnenwater is behaald.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel f, volstaat een diensttijd van twee seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen op binnenwater voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart I en II.