BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.5.3
Regeling bemanning zeeschepen
1. De plaats, de toegangen, de constructie en de indeling van een dag- of slaapverblijf ten opzichte van een andere ruimte is zodanig dat de veiligheid, de bescherming tegen weersinvloeden en overkomend zeewater en de isolatie tegen hitte en kou, overmatig lawaai of tegen uitwaseming van andere ruimten, voldoende zijn verzekerd.
2. De inrichting van de toegangen tot een dag- of slaapverblijf is zodanig, dat deze toegangen steeds aan beide zijden gemakkelijk en vlug kunnen worden geopend en voldoende doorgang laten.
3. Indien de minister dit noodzakelijk acht, is een dag- of slaapverblijf op naar zijn oordeel doelmatige plaatsen voorzien van nooduitgangen.
4. Het materiaal en de constructie van de dekken in een dag- of slaapverblijf zijn goedgekeurd door de minister. Het oppervlak van deze dekken is ondoordringbaar voor vocht en gemakkelijk schoon te houden.
5. Indien de vloeren zijn vervaardigd uit samengesteld materiaal, zijn de verbindingen met de wanden naar boven afgerond om spleten of naden te vermijden.
6. Indien het stalen bovendek van een dag- of slaapverblijf aan de buitenlucht of aan de invloed van enige warmtebron aan boord is blootgesteld, wordt deze aan de bovenzijde met hout ter dikte van ten minste 5 centimeter of met ander deugdelijk en gelijkwaardig isolatiemateriaal bekleed, dan welis aan de onderzijde een bekleding met even groot isolerend vermogen aangebracht.
7. In een dag- en slaapverblijf is aansluitend tegen de dekbalken een plafond aangebracht, dat geheel of gedeeltelijk wegneembaar is.
8. Een slaapverblijf staat niet rechtstreeks in verbinding met visruimen, opslagplaatsen voor vismeel, ruimten waarin werktuigen zijn opgesteld, kombuizen, lampenhutten, verfhutten, bergruimten, droogkamers, gemeenschappelijke wasplaatsen en toiletten.
9. Het gedeelte van een schot dat de in het achtste lid bedoelde ruimten scheidt van slaapverblijven alsmede de buitenwanden van die ruimten zijn doelmatig vervaardigd van staal of van ander goedgekeurd materiaal en zijn water- en gasdicht.
10. Buitenschotten van een dag- of slaapverblijf zijn doelmatig geïsoleerd. Schotten van een machinekamerschacht, een kombuis en van een andere ruimte waarin warmte wordt ontwikkeld, zijn doelmatig geïsoleerd dat geen warmteuitstraling plaatsvindt naar aangrenzende verblijven of gangen van de verblijven. Tevens vindt bescherming plaats tegen warmteuitstraling van stoom of warmwaterleidingen.
11. Schotten in een dag- of slaapverblijf zijn vervaardigd van goedgekeurd materiaal waarin zich geen ongedierte kan nestelen.
12. Een dag- of slaapverblijf en gangen in de verblijven zijn voldoende geïsoleerd om condensatie en te hoge temperaturen te voorkomen.
13. De hoogte van een dag- of slaapverblijf tussen de dekken, gemeten van de onderkant van het plafond tot de bovenkant van de vloerbedekking, bedraagt op alle plaatsen waar de bemanning zich vrij moet kunnen bewegen, 2 meter of meer.
14. Hoofdstoom- en afvoerleidingen van lieren en andere hulpwerktuigen zijn buiten de dag- en slaapverblijven en zo mogelijk buiten de gangen naar deze verblijven aangelegd.
15. Waar de leidingen, bedoeld in het dertiende de lid, door de gangen lopen, zijn deze voorzien van een doelmatige isolatie en omkasting.
16. Flenskoppelingen van leidingen zijn niet in een dag- of slaapverblijf aangebracht. Indien dit niet uitvoerbaar is, kan de minister, hiervan ontheffing verlenen.
17. Lucht- en overvloeileidingen van tanks monden niet uit in een dag- of slaapverblijf of in een gang naar een zodanig verblijf.
18. Ankerkettingen lopen niet door een dag- of slaapverblijf, tenzij deze zijn beschermd door zware kokers.
19. In dag- en slaapverblijven zijn de huid en de eindschotten van de bovenbouw met hout bekleed of op soortgelijke wijze van een bekleding van ander deugdelijk materiaal voorzien.
20. De wanden en plafonds van dag- en slaapverblijven zijn gemakkelijk schoon te houden. Indien deze zijn geschilderd, is dit gebeurd in een lichte kleur.
21. Er zijn voldoende middelen aanwezig zijn voor het afvoeren van water uit een dag- of slaapverblijf.
22. Alle praktische maatregelen worden getroffen om verblijven voor de bemanning vanvissersvaartuigen te beschermen tegen vliegen en andere insecten, met name wanneer het vissersvaartuig actief is in door muggen geteisterde gebieden.
2. De inrichting van de toegangen tot een dag- of slaapverblijf is zodanig, dat deze toegangen steeds aan beide zijden gemakkelijk en vlug kunnen worden geopend en voldoende doorgang laten.
3. Indien de minister dit noodzakelijk acht, is een dag- of slaapverblijf op naar zijn oordeel doelmatige plaatsen voorzien van nooduitgangen.
4. Het materiaal en de constructie van de dekken in een dag- of slaapverblijf zijn goedgekeurd door de minister. Het oppervlak van deze dekken is ondoordringbaar voor vocht en gemakkelijk schoon te houden.
5. Indien de vloeren zijn vervaardigd uit samengesteld materiaal, zijn de verbindingen met de wanden naar boven afgerond om spleten of naden te vermijden.
6. Indien het stalen bovendek van een dag- of slaapverblijf aan de buitenlucht of aan de invloed van enige warmtebron aan boord is blootgesteld, wordt deze aan de bovenzijde met hout ter dikte van ten minste 5 centimeter of met ander deugdelijk en gelijkwaardig isolatiemateriaal bekleed, dan welis aan de onderzijde een bekleding met even groot isolerend vermogen aangebracht.
7. In een dag- en slaapverblijf is aansluitend tegen de dekbalken een plafond aangebracht, dat geheel of gedeeltelijk wegneembaar is.
8. Een slaapverblijf staat niet rechtstreeks in verbinding met visruimen, opslagplaatsen voor vismeel, ruimten waarin werktuigen zijn opgesteld, kombuizen, lampenhutten, verfhutten, bergruimten, droogkamers, gemeenschappelijke wasplaatsen en toiletten.
9. Het gedeelte van een schot dat de in het achtste lid bedoelde ruimten scheidt van slaapverblijven alsmede de buitenwanden van die ruimten zijn doelmatig vervaardigd van staal of van ander goedgekeurd materiaal en zijn water- en gasdicht.
10. Buitenschotten van een dag- of slaapverblijf zijn doelmatig geïsoleerd. Schotten van een machinekamerschacht, een kombuis en van een andere ruimte waarin warmte wordt ontwikkeld, zijn doelmatig geïsoleerd dat geen warmteuitstraling plaatsvindt naar aangrenzende verblijven of gangen van de verblijven. Tevens vindt bescherming plaats tegen warmteuitstraling van stoom of warmwaterleidingen.
11. Schotten in een dag- of slaapverblijf zijn vervaardigd van goedgekeurd materiaal waarin zich geen ongedierte kan nestelen.
12. Een dag- of slaapverblijf en gangen in de verblijven zijn voldoende geïsoleerd om condensatie en te hoge temperaturen te voorkomen.
13. De hoogte van een dag- of slaapverblijf tussen de dekken, gemeten van de onderkant van het plafond tot de bovenkant van de vloerbedekking, bedraagt op alle plaatsen waar de bemanning zich vrij moet kunnen bewegen, 2 meter of meer.
14. Hoofdstoom- en afvoerleidingen van lieren en andere hulpwerktuigen zijn buiten de dag- en slaapverblijven en zo mogelijk buiten de gangen naar deze verblijven aangelegd.
15. Waar de leidingen, bedoeld in het dertiende de lid, door de gangen lopen, zijn deze voorzien van een doelmatige isolatie en omkasting.
16. Flenskoppelingen van leidingen zijn niet in een dag- of slaapverblijf aangebracht. Indien dit niet uitvoerbaar is, kan de minister, hiervan ontheffing verlenen.
17. Lucht- en overvloeileidingen van tanks monden niet uit in een dag- of slaapverblijf of in een gang naar een zodanig verblijf.
18. Ankerkettingen lopen niet door een dag- of slaapverblijf, tenzij deze zijn beschermd door zware kokers.
19. In dag- en slaapverblijven zijn de huid en de eindschotten van de bovenbouw met hout bekleed of op soortgelijke wijze van een bekleding van ander deugdelijk materiaal voorzien.
20. De wanden en plafonds van dag- en slaapverblijven zijn gemakkelijk schoon te houden. Indien deze zijn geschilderd, is dit gebeurd in een lichte kleur.
21. Er zijn voldoende middelen aanwezig zijn voor het afvoeren van water uit een dag- of slaapverblijf.
22. Alle praktische maatregelen worden getroffen om verblijven voor de bemanning vanvissersvaartuigen te beschermen tegen vliegen en andere insecten, met name wanneer het vissersvaartuig actief is in door muggen geteisterde gebieden.