BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.6.2
Regeling bemanning zeeschepen
1. Een verklaring naleving maritieme arbeid deel I bevat de elementen, bedoeld in norm A5.1.3, tiende lid, onderdeel a, van het MLC-verdrag, en wordt opgesteld met inachtneming van leidraad B5.1.3, eerste en vierde lid, van het MLC-verdrag met betrekking tot onder meer:
a. minimumleeftijd gesteld bij of krachtens de Arbeidstijdenwet;
b. geneeskundige verklaringen zeevaart gesteld bij of krachtens artikel 31 van de wet;
c. de kwalificaties van zeevarenden gesteld bij of krachtens de artikelen 23, 24 of 25 van de wet;
d. arbeidsovereenkomsten gesteld bij de artikelen 4, derde lid, en 7, eerste lid, van de wet;
e. arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten gesteld bij of krachtens de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;
f. arbeids- en rusttijden gesteld bij paragraaf 5.2 en krachtens artikel 5:12, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;
g. bemanningssamenstelling gesteld bij of krachtens artikel 20 van de wet;
h. huisvesting en voorzieningen voor zeevarenden aan boord van een zeeschip gesteld krachtens artikel 4, derde lid, van de wet;
i. voeding en drinkwater, gesteld krachtens artikel 4, derde lid, van de wet;
j. gezondheid, veiligheid en ongevallenpreventie gesteld bij of krachtens artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, de artikelen 3, vierde lid, 5, 6, 8, 12 en 16 van de Arbeidsomstandighedenwet en de artikelen 3, 3a, 4 en 9 van de Schepenwet;
k. medische zorg aan boord gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, en 9, eerste lid, van de zeeschepenwet;
l. klachtenprocedures aan boord gesteld bij of krachtens artikel 6 van de wet;
m. betaling van lonen gesteld bij de artikelen 4, derde lid, en 7, eerste lid, van de wet;
n. verzekeringen, als bedoeld in de artikelen 7:738a, vierde lid, of 738d van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; en
o. verzekeringen, als bedoeld in de artikelen 7:738e, tweede lid, of 738f van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Het model, bedoeld in artikel 4.6.8, derde lid, bevat een opsomming van de eisen, bedoeld in het eerste lid, die op het desbetreffende zeeschip van toepassing zijn. Daarbij wordt voor wat betreft de voorschriften met betrekking tot huisvesting en voorzieningen voor zeevarenden onderscheid gemaakt tussen de verschillende typen zeeschepen, bedoeld in paragraaf 4.1en 4.2.
a. minimumleeftijd gesteld bij of krachtens de Arbeidstijdenwet;
b. geneeskundige verklaringen zeevaart gesteld bij of krachtens artikel 31 van de wet;
c. de kwalificaties van zeevarenden gesteld bij of krachtens de artikelen 23, 24 of 25 van de wet;
d. arbeidsovereenkomsten gesteld bij de artikelen 4, derde lid, en 7, eerste lid, van de wet;
e. arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten gesteld bij of krachtens de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;
f. arbeids- en rusttijden gesteld bij paragraaf 5.2 en krachtens artikel 5:12, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;
g. bemanningssamenstelling gesteld bij of krachtens artikel 20 van de wet;
h. huisvesting en voorzieningen voor zeevarenden aan boord van een zeeschip gesteld krachtens artikel 4, derde lid, van de wet;
i. voeding en drinkwater, gesteld krachtens artikel 4, derde lid, van de wet;
j. gezondheid, veiligheid en ongevallenpreventie gesteld bij of krachtens artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, de artikelen 3, vierde lid, 5, 6, 8, 12 en 16 van de Arbeidsomstandighedenwet en de artikelen 3, 3a, 4 en 9 van de Schepenwet;
k. medische zorg aan boord gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, en 9, eerste lid, van de zeeschepenwet;
l. klachtenprocedures aan boord gesteld bij of krachtens artikel 6 van de wet;
m. betaling van lonen gesteld bij de artikelen 4, derde lid, en 7, eerste lid, van de wet;
n. verzekeringen, als bedoeld in de artikelen 7:738a, vierde lid, of 738d van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; en
o. verzekeringen, als bedoeld in de artikelen 7:738e, tweede lid, of 738f van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Het model, bedoeld in artikel 4.6.8, derde lid, bevat een opsomming van de eisen, bedoeld in het eerste lid, die op het desbetreffende zeeschip van toepassing zijn. Daarbij wordt voor wat betreft de voorschriften met betrekking tot huisvesting en voorzieningen voor zeevarenden onderscheid gemaakt tussen de verschillende typen zeeschepen, bedoeld in paragraaf 4.1en 4.2.