BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 9
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. De kosten van water- en energieverbruik betrekking hebbend op een aan de ambtenaar ter beschikking gestelde dienstwoning komen rechtstreeks voor rekening van het rijk.
2. In verband met de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde voorziening wordt maandelijks een bedrag ingehouden op het totaal aan vergoedingen dat op grond van deze regeling aan de ambtenaar wordt uitbetaald. Dit bedrag, de inhouding water- en energieverbruik, betreft een percentage van het netto salaris, gelijk aan de rekenkundig op één decimaal afgeronde som van de in de CBS-bestedingsindex opgenomen indexen betreffende gas, elektriciteit, vaste en vloeibare brandstoffen, overige kosten verwarming en verlichting, en water.
3. Het in het tweede lid bedoelde percentage is vermeld in bijlage B, onder 2, en wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de beschikbaar gestelde meest recente gegevens van het CBS betreffende bestedingen van huishoudens.
4. Indien een deel van de in het eerste lid bedoelde kosten veroorzaakt is door als onredelijk aan te merken verbruik, kan het hoofd van de post, dan wel indien het het hoofd van de post zelf betreft, de Directeur Huisvesting Buitenland, naast de in het tweede lid bedoelde inhouding, een naar billijkheid nader vast te stellen bijdrage in de kosten aan de ambtenaar in rekening brengen.
2. In verband met de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde voorziening wordt maandelijks een bedrag ingehouden op het totaal aan vergoedingen dat op grond van deze regeling aan de ambtenaar wordt uitbetaald. Dit bedrag, de inhouding water- en energieverbruik, betreft een percentage van het netto salaris, gelijk aan de rekenkundig op één decimaal afgeronde som van de in de CBS-bestedingsindex opgenomen indexen betreffende gas, elektriciteit, vaste en vloeibare brandstoffen, overige kosten verwarming en verlichting, en water.
3. Het in het tweede lid bedoelde percentage is vermeld in bijlage B, onder 2, en wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld overeenkomstig de beschikbaar gestelde meest recente gegevens van het CBS betreffende bestedingen van huishoudens.
4. Indien een deel van de in het eerste lid bedoelde kosten veroorzaakt is door als onredelijk aan te merken verbruik, kan het hoofd van de post, dan wel indien het het hoofd van de post zelf betreft, de Directeur Huisvesting Buitenland, naast de in het tweede lid bedoelde inhouding, een naar billijkheid nader vast te stellen bijdrage in de kosten aan de ambtenaar in rekening brengen.