BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 15
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. Indien een afhankelijk kind van de ambtenaar tot zijn huishouding op de standplaats behoort, wordt zijn standplaatstoelage verhoogd met een percentage van de standplaatstoelage die geldt voor functieniveau 11 op de desbetreffende standplaats. Dit percentage is voor een kind:
a. jonger dan twaalf jaar: 12,5% per kind;
b. vanaf twaalf jaar: 25,0% per kind.
2. Een afhankelijk kind behoort tot de huishouding van de ambtenaar indien het in iedere aaneengesloten periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag van eerste aankomst van het kind op de standplaats, ten minste 90 dagen op de standplaats verblijft en deel uitmaakt van het gezin van de ambtenaar.
3. De aanspraak op de in het eerste lid bedoelde verhoging van de standplaatstoelage vangt aan op de dag van aankomst van het kind op de standplaats en eindigt op de dag dat het kind definitief van de standplaats vertrekt, met dien verstande dat bij definitief vertrek van de standplaats het gestelde in het tweede lid naar rato geldt.
a. jonger dan twaalf jaar: 12,5% per kind;
b. vanaf twaalf jaar: 25,0% per kind.
2. Een afhankelijk kind behoort tot de huishouding van de ambtenaar indien het in iedere aaneengesloten periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag van eerste aankomst van het kind op de standplaats, ten minste 90 dagen op de standplaats verblijft en deel uitmaakt van het gezin van de ambtenaar.
3. De aanspraak op de in het eerste lid bedoelde verhoging van de standplaatstoelage vangt aan op de dag van aankomst van het kind op de standplaats en eindigt op de dag dat het kind definitief van de standplaats vertrekt, met dien verstande dat bij definitief vertrek van de standplaats het gestelde in het tweede lid naar rato geldt.