BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 63
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. De boedel van de ambtenaar wordt voor de duur van zijn plaatsing bij een post door of in opdracht van een door HDPO aangewezen organisatie in Nederland op de voor het rijk meest economische wijze opslagen tot een volume van ten hoogste:
a. bij verhuizing van de boedel voor rijksrekening over zee of over land met gebruik van een 40 voet container: 10 m3;
b. bij verhuizing van de boedel voor rijksrekening over zee of over land met gebruik van een 20 voet container: 1°. naar een niet van rijkswege ingerichte dienstwoning: 30 m3;
2°. naar een van rijkswege ingerichte dienstwoning: 40 m3;
1°. naar een niet van rijkswege ingerichte dienstwoning: 30 m3;
2°. naar een van rijkswege ingerichte dienstwoning: 40 m3;
c. bij verhuizing van de boedel voor rijksrekening door de lucht: 40 m3.
2. De boedel van de ambtenaar die naar Nederland is overgeplaatst wordt voor de duur van zijn verblijf in Nederland maar uiterlijk tot zes jaar na de dag van zijn aankomst in Nederland, door of in opdracht van een door HDPO aangewezen organisatie in Nederland op de voor het rijk meest economische wijze opslagen tot een volume van ten hoogste 10 m 3.
3. Indien tijdens het verblijf in Nederland komt vast te staan dat de ambtenaar niet meer voor een periode langer dan twaalf maanden bij een post zal worden geplaatst, kan door HDPO naar billijkheid een datum worden vastgesteld waarop de in het tweede lid bedoelde aanspraak voortijdig eindigt.
4. De opslag van de boedel dient binnen een termijn van ten hoogste drie maanden na aflevering van de boedel in Nederland te zijn gerealiseerd. Kosten als gevolg van het nadien wijzigen van de in opslag gegeven boedel voldoet de ambtenaar rechtstreeks aan de in het eerste lid bedoelde organisatie.
5. De tweede volzin van het vierde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar zijn gehele in opslag gegeven boedel in één keer op een adres in Nederland laat afleveren en hij op dat moment naar verwachting nog ten minste twee jaar aanspraak zou kunnen maken op opslag van de boedel.
6. De ambtenaar die met de in het eerste lid bedoelde organisatie afspreekt meer boedel op te slaan of op andere wijze boedel op te slaan of meer wijzigingen aan te brengen in de boedel dan waarop hij krachtens dit artikel aanspraak heeft, voldoet de daarmee verband houdende kosten rechtstreeks aan die organisatie.
7. Artikel 61, elfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. bij verhuizing van de boedel voor rijksrekening over zee of over land met gebruik van een 40 voet container: 10 m3;
b. bij verhuizing van de boedel voor rijksrekening over zee of over land met gebruik van een 20 voet container: 1°. naar een niet van rijkswege ingerichte dienstwoning: 30 m3;
2°. naar een van rijkswege ingerichte dienstwoning: 40 m3;
1°. naar een niet van rijkswege ingerichte dienstwoning: 30 m3;
2°. naar een van rijkswege ingerichte dienstwoning: 40 m3;
c. bij verhuizing van de boedel voor rijksrekening door de lucht: 40 m3.
2. De boedel van de ambtenaar die naar Nederland is overgeplaatst wordt voor de duur van zijn verblijf in Nederland maar uiterlijk tot zes jaar na de dag van zijn aankomst in Nederland, door of in opdracht van een door HDPO aangewezen organisatie in Nederland op de voor het rijk meest economische wijze opslagen tot een volume van ten hoogste 10 m 3.
3. Indien tijdens het verblijf in Nederland komt vast te staan dat de ambtenaar niet meer voor een periode langer dan twaalf maanden bij een post zal worden geplaatst, kan door HDPO naar billijkheid een datum worden vastgesteld waarop de in het tweede lid bedoelde aanspraak voortijdig eindigt.
4. De opslag van de boedel dient binnen een termijn van ten hoogste drie maanden na aflevering van de boedel in Nederland te zijn gerealiseerd. Kosten als gevolg van het nadien wijzigen van de in opslag gegeven boedel voldoet de ambtenaar rechtstreeks aan de in het eerste lid bedoelde organisatie.
5. De tweede volzin van het vierde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar zijn gehele in opslag gegeven boedel in één keer op een adres in Nederland laat afleveren en hij op dat moment naar verwachting nog ten minste twee jaar aanspraak zou kunnen maken op opslag van de boedel.
6. De ambtenaar die met de in het eerste lid bedoelde organisatie afspreekt meer boedel op te slaan of op andere wijze boedel op te slaan of meer wijzigingen aan te brengen in de boedel dan waarop hij krachtens dit artikel aanspraak heeft, voldoet de daarmee verband houdende kosten rechtstreeks aan die organisatie.
7. Artikel 61, elfde lid, is van overeenkomstige toepassing.