BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 40
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. De ambtenaar wordt door het hoofd van de post ten behoeve van zijn partner, zolang deze met de ambtenaar op de standplaats een gemeenschappelijke huishouding voert als bedoeld in artikel 14, tweede en derde lid, een tegemoetkoming toegekend in de kosten van het volgen van taallessen in een officiële taal dan wel een lokaal gebruikelijke voertaal van het land waarin die post is gevestigd, met in achtneming van het tweede tot en met vierde lid.
2. De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming geldt voor taallessen die worden gevolgd bij een persoon die tot lesgeven in de desbetreffende taal bevoegd is of een passende onderwijsinstelling en bedraagt per plaatsing bij een post ten hoogste het in bijlage Egenoemde bedrag, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de taal waarvoor door de partner lessen worden gevolgd. Op het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt in mindering gebracht een tegemoetkoming die op grond van artikel 73voor het volgen van lessen in die taal tijdens de overplaatsingsperiode is toegekend.
3. De tegemoetkoming wordt niet later aangevraagd dan twaalf maanden na de datum waarop de partner op de standplaats is aangekomen.
4. Een partner die de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, kan lessen Nederlands volgen, naast lessen in een in het eerste lid bedoelde taal. Daarbij is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
2. De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming geldt voor taallessen die worden gevolgd bij een persoon die tot lesgeven in de desbetreffende taal bevoegd is of een passende onderwijsinstelling en bedraagt per plaatsing bij een post ten hoogste het in bijlage Egenoemde bedrag, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de taal waarvoor door de partner lessen worden gevolgd. Op het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt in mindering gebracht een tegemoetkoming die op grond van artikel 73voor het volgen van lessen in die taal tijdens de overplaatsingsperiode is toegekend.
3. De tegemoetkoming wordt niet later aangevraagd dan twaalf maanden na de datum waarop de partner op de standplaats is aangekomen.
4. Een partner die de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, kan lessen Nederlands volgen, naast lessen in een in het eerste lid bedoelde taal. Daarbij is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.