BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 86
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. Indien na het gebruik van een op grond van deze regeling verstrekt ticket komt vast te staan dat de ambtenaar daarop geen aanspraak had en hij dat wist of redelijkerwijs kon weten, stort hij, met inachtneming van de artikelen 24, derde lid, onder b, 46, zevende lid, en 53, zesde lid, onder b, het door het rijk voor dit ticket betaalde aanschafbedrag binnen een periode van een maand, gerekend vanaf de datum waarop dit aan hem is medegedeeld, in de kas van de post of op een aangegeven bankrekening of postbankrekening.
2. Indien een op grond van deze regeling verstrekt ticket niet wordt gebruikt door de ambtenaar, wordt dit zo spoedig mogelijk door de ambtenaar geretourneerd, maar uiterlijk op een zodanig tijdstip dat het ter restitutie aan de vervoermaatschappij kan worden aangeboden binnen de door die maatschappij daarvoor gestelde termijn. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de ambtenaar zonder geldige reden het ticket na afloop van de in de vorige volzin bedoelde termijn retourneert en de vervoermaatschappij om die reden weigert tot restitutie over te gaan.
2. Indien een op grond van deze regeling verstrekt ticket niet wordt gebruikt door de ambtenaar, wordt dit zo spoedig mogelijk door de ambtenaar geretourneerd, maar uiterlijk op een zodanig tijdstip dat het ter restitutie aan de vervoermaatschappij kan worden aangeboden binnen de door die maatschappij daarvoor gestelde termijn. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de ambtenaar zonder geldige reden het ticket na afloop van de in de vorige volzin bedoelde termijn retourneert en de vervoermaatschappij om die reden weigert tot restitutie over te gaan.