BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 42
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. Op de in de artikelen 43, 44en 53bedoelde voorzieningen heeft aanspraak de ambtenaar die vanwege een erkende reden geen gezamenlijke huishouding voert met zijn partner.
2. Van een erkende reden kan slechts sprake zijn indien:
a. een afhankelijk kind dat de leeftijd van 20 jaar nog niet heeft bereikt de zorg behoeft van de partner en dat kind: 1°. op de vorige standplaats is achtergebleven ter afronding van het schooljaar;
2°. is vooruit gereisd naar de volgende standplaats om vanaf de aanvang van het nieuwe schooljaar het onderwijs aldaar te volgen;
3°. niet op de standplaats verblijft in verband met het ontbreken van passende onderwijsmogelijkheden op de standplaats, rekening houdende met het door het kind tot dan toe gevolgde onderwijs; dan wel
4°. niet op de standplaats verblijft omdat medische redenen of de veiligheidssituatie verblijf op de standplaats niet toelaten;
1°. op de vorige standplaats is achtergebleven ter afronding van het schooljaar;
2°. is vooruit gereisd naar de volgende standplaats om vanaf de aanvang van het nieuwe schooljaar het onderwijs aldaar te volgen;
3°. niet op de standplaats verblijft in verband met het ontbreken van passende onderwijsmogelijkheden op de standplaats, rekening houdende met het door het kind tot dan toe gevolgde onderwijs; dan wel
4°. niet op de standplaats verblijft omdat medische redenen of de veiligheidssituatie verblijf op de standplaats niet toelaten;
b. de partner niet op de standplaats verblijft omdat medische redenen of de veiligheidssituatie een verblijf op de standplaats niet toelaten.
3. Een tandempartner die, in opdracht van HDPO dan wel vanwege een erkende reden, op de standplaats is achtergebleven of vooruit is gereisd naar de volgende standplaats heeft, indien deze situatie ten minste zes maanden voortduurt, aanspraak op de voorziening, bedoeld in artikel 53.
2. Van een erkende reden kan slechts sprake zijn indien:
a. een afhankelijk kind dat de leeftijd van 20 jaar nog niet heeft bereikt de zorg behoeft van de partner en dat kind: 1°. op de vorige standplaats is achtergebleven ter afronding van het schooljaar;
2°. is vooruit gereisd naar de volgende standplaats om vanaf de aanvang van het nieuwe schooljaar het onderwijs aldaar te volgen;
3°. niet op de standplaats verblijft in verband met het ontbreken van passende onderwijsmogelijkheden op de standplaats, rekening houdende met het door het kind tot dan toe gevolgde onderwijs; dan wel
4°. niet op de standplaats verblijft omdat medische redenen of de veiligheidssituatie verblijf op de standplaats niet toelaten;
1°. op de vorige standplaats is achtergebleven ter afronding van het schooljaar;
2°. is vooruit gereisd naar de volgende standplaats om vanaf de aanvang van het nieuwe schooljaar het onderwijs aldaar te volgen;
3°. niet op de standplaats verblijft in verband met het ontbreken van passende onderwijsmogelijkheden op de standplaats, rekening houdende met het door het kind tot dan toe gevolgde onderwijs; dan wel
4°. niet op de standplaats verblijft omdat medische redenen of de veiligheidssituatie verblijf op de standplaats niet toelaten;
b. de partner niet op de standplaats verblijft omdat medische redenen of de veiligheidssituatie een verblijf op de standplaats niet toelaten.
3. Een tandempartner die, in opdracht van HDPO dan wel vanwege een erkende reden, op de standplaats is achtergebleven of vooruit is gereisd naar de volgende standplaats heeft, indien deze situatie ten minste zes maanden voortduurt, aanspraak op de voorziening, bedoeld in artikel 53.