BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 3
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de bij een post geplaatste ambtenaar, indien de duur van de plaatsing bij de aanvang daarvan is bepaald op een periode van ten minste twaalf maanden, met inachtneming van het tweede lid.
2. Voor tandempartners gelden de volgende afwijkende bepalingen:
a. voor de toepassing van de artikelen 8, 9, 18, 24, 26, 27 en 30 tot en met 32 wordt onder ambtenaar verstaan de eerste tandempartner en geldt de tweede tandempartner als partner van de eerste tandempartner;
b. voor de toepassing van de artikelen 14 en 34 gelden beide tandempartners als ambtenaar zonder partner.
3. Indien de arbeidsduur van de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post op zijn aanvraag op minder uren wordt vastgesteld dan gemiddeld 36 uur per week, wordt zijn aanspraak op de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 13 tot en met 15, 25, derde lid, 30, 33, 34en 37, naar evenredigheid vastgesteld.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien aan de ambtenaar voor een deel van zijn arbeidsduur buitengewoon verlof in persoonlijk belang voor langer dan een maand is verleend.
5. Indien buitengewoon verlof in persoonlijk belang dat aanvankelijk is verleend voor een periode van een maand of korter aansluitend wordt verlengd waardoor de totale duur van het buitengewoon verlof meer bedraagt dan een maand, is het derde lid van overeenkomstige toepassing vanaf het moment waarop het besluit tot verlenging is bekendgemaakt.
2. Voor tandempartners gelden de volgende afwijkende bepalingen:
a. voor de toepassing van de artikelen 8, 9, 18, 24, 26, 27 en 30 tot en met 32 wordt onder ambtenaar verstaan de eerste tandempartner en geldt de tweede tandempartner als partner van de eerste tandempartner;
b. voor de toepassing van de artikelen 14 en 34 gelden beide tandempartners als ambtenaar zonder partner.
3. Indien de arbeidsduur van de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post op zijn aanvraag op minder uren wordt vastgesteld dan gemiddeld 36 uur per week, wordt zijn aanspraak op de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 13 tot en met 15, 25, derde lid, 30, 33, 34en 37, naar evenredigheid vastgesteld.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien aan de ambtenaar voor een deel van zijn arbeidsduur buitengewoon verlof in persoonlijk belang voor langer dan een maand is verleend.
5. Indien buitengewoon verlof in persoonlijk belang dat aanvankelijk is verleend voor een periode van een maand of korter aansluitend wordt verlengd waardoor de totale duur van het buitengewoon verlof meer bedraagt dan een maand, is het derde lid van overeenkomstige toepassing vanaf het moment waarop het besluit tot verlenging is bekendgemaakt.