BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 61
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. De boedel van de ambtenaar die in overplaatsing is, wordt getransporteerd over zee of over land naar zijn nieuwe standplaats of naar Nederland.
2. Indien de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post in een niet door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest, vindt het transport plaats in een 40 voet container dan wel, indien de omvang van de boedel dit toelaat, in een 20 voet container.
3. Indien de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post in een door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest, vindt het transport plaats in een 20 voet container.
4. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van HDPO, kan in afwijking van het eerste lid, het transport van de boedel door de lucht plaatsvinden. In dat geval wordt ten hoogste 30 m 3boedel getransporteerd met een maximum gewicht van 167 kilogram per m 3boedel.
5. De ambtenaar die tijdens zijn plaatsing bij een post in een niet door het rijk ingerichte dienstwoning is gehuisvest en bij zijn vervolgplaatsing in een door het rijk ingerichte dienstwoning wordt gehuisvest, maakt naast het in het derde lid bedoelde transport van de boedel aanspraak op transport van het restant van de boedel naar Nederland in een 20 voet container.
6. De ambtenaar die tijdens zijn plaatsing bij een post in een door het rijk ingerichte dienstwoning is gehuisvest en bij zijn vervolgplaatsing in een niet door het rijk ingerichte dienstwoning wordt gehuisvest, maakt naast het in het derde lid bedoelde transport van de boedel aanspraak op transport van boedel vanuit Nederland naar de nieuwe standplaats in een 20 voet container.
7. Op verzoek van de ambtenaar die wordt geplaatst bij een post met zware klimatologische omstandigheden die is opgenomen in bijlage D, onder 1, wordt ten hoogste 2 m 3van tot zijn boedel behorende kostbaarheden die niet goed bestand zijn tegen die omstandigheden over zee of over land naar Nederland getransporteerd.
8. Op verzoek van de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de in het zevende lid bedoelde mogelijkheid, wordt bij zijn vervolgplaatsing bij een post de in het zevende lid bedoelde boedel over zee of over land naar de nieuwe standplaats getransporteerd.
9. Het transport geschiedt door of in opdracht van een door HDPO aangewezen organisatie op in beginsel de voor het rijk meest economische wijze.
10. De ambtenaar die met de in het negende lid bedoelde organisatie afspreekt meer boedel te transporteren of de boedel op andere wijze of volgens een andere route te transporteren dan waarop hij krachtens dit artikel aanspraak maakt, voldoet de daarmee verband houdende meerkosten rechtstreeks aan die organisatie.
11. Voor de toepassing van dit artikel kan bij vervoer over land voor een 40 voet container en een 20 voet container ook worden gelezen een verhuiscombinatie met de capaciteit van ten minste een 40 voet container respectievelijk een 20 voet container.
2. Indien de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post in een niet door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest, vindt het transport plaats in een 40 voet container dan wel, indien de omvang van de boedel dit toelaat, in een 20 voet container.
3. Indien de ambtenaar tijdens zijn plaatsing bij een post in een door het rijk ingerichte dienstwoning is of wordt gehuisvest, vindt het transport plaats in een 20 voet container.
4. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van HDPO, kan in afwijking van het eerste lid, het transport van de boedel door de lucht plaatsvinden. In dat geval wordt ten hoogste 30 m 3boedel getransporteerd met een maximum gewicht van 167 kilogram per m 3boedel.
5. De ambtenaar die tijdens zijn plaatsing bij een post in een niet door het rijk ingerichte dienstwoning is gehuisvest en bij zijn vervolgplaatsing in een door het rijk ingerichte dienstwoning wordt gehuisvest, maakt naast het in het derde lid bedoelde transport van de boedel aanspraak op transport van het restant van de boedel naar Nederland in een 20 voet container.
6. De ambtenaar die tijdens zijn plaatsing bij een post in een door het rijk ingerichte dienstwoning is gehuisvest en bij zijn vervolgplaatsing in een niet door het rijk ingerichte dienstwoning wordt gehuisvest, maakt naast het in het derde lid bedoelde transport van de boedel aanspraak op transport van boedel vanuit Nederland naar de nieuwe standplaats in een 20 voet container.
7. Op verzoek van de ambtenaar die wordt geplaatst bij een post met zware klimatologische omstandigheden die is opgenomen in bijlage D, onder 1, wordt ten hoogste 2 m 3van tot zijn boedel behorende kostbaarheden die niet goed bestand zijn tegen die omstandigheden over zee of over land naar Nederland getransporteerd.
8. Op verzoek van de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de in het zevende lid bedoelde mogelijkheid, wordt bij zijn vervolgplaatsing bij een post de in het zevende lid bedoelde boedel over zee of over land naar de nieuwe standplaats getransporteerd.
9. Het transport geschiedt door of in opdracht van een door HDPO aangewezen organisatie op in beginsel de voor het rijk meest economische wijze.
10. De ambtenaar die met de in het negende lid bedoelde organisatie afspreekt meer boedel te transporteren of de boedel op andere wijze of volgens een andere route te transporteren dan waarop hij krachtens dit artikel aanspraak maakt, voldoet de daarmee verband houdende meerkosten rechtstreeks aan die organisatie.
11. Voor de toepassing van dit artikel kan bij vervoer over land voor een 40 voet container en een 20 voet container ook worden gelezen een verhuiscombinatie met de capaciteit van ten minste een 40 voet container respectievelijk een 20 voet container.