BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 85
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. De ambtenaar die voor een periode van ten minste twaalf maanden bij een post is geplaatst komt op zijn aanvraag in aanmerking voor een aanloopvoorschot. Een aanloopvoorschot dient aangevraagd te worden in de periode gelegen tussen drie maanden voorafgaande aan de verwachte dag van aankomst op de standplaats en een maand na de dag van aankomst op de standplaats.
2. Het aanloopvoorschot bedraagt, met inachtneming van het derde lid, de som van
a. de in een periode van ten hoogste drie maanden toekomende vergoedingen op grond van artikel 10 (koopkrachtcorrectie netto salaris), de artikelen 13 tot en met 15 (standplaatstoelage), artikel 17 (koopkrachtcorrectie standplaatstoelage), artikel 30 (huispersoneel), de artikelen 33 en 34 (passieve representatie), artikel 35 (koopkrachtcorrectie passieve representatie) en artikel 37 juncto artikel 38 (transportvergoeding verminderd met de korting transportvergoeding); en
b. het in een periode van ten hoogste drie maanden toekomende netto salaris.
3. Het aanloopvoorschot bedraagt ten hoogste het bedrag, vermeld in bijlage B, onder 25. Dit bedrag wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld op de in artikel 13, derde lid, aangegeven wijze.
4. Het aanloopvoorschot is rentevrij en wordt binnen een periode van twee jaar, gerekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de dag van aankomst op de standplaats, in 24 gelijke maandelijkse termijnen verrekend met het totaal aan vergoedingen en tegemoetkomingen dat op grond van deze regeling wordt uitbetaald.
5. Voor de eerste keer dat aan een ambtenaar een aanloopvoorschot wordt toegekend, gelden de volgende afwijkende bepalingen:
a. het bedrag van het aanloopvoorschot bedraagt 150% van het in het tweede lid bedoelde aanloopvoorschot;
b. in het vierde lid worden de zinsneden ‘binnen een periode van twee jaar’, ‘in 24 gelijke maandelijkse termijnen’ en ‘binnen de periode van twee jaar’, respectievelijk gelezen als: binnen een periode van drie jaar, in 36 gelijke maandelijkse termijnen en binnen de periode van drie jaar.
2. Het aanloopvoorschot bedraagt, met inachtneming van het derde lid, de som van
a. de in een periode van ten hoogste drie maanden toekomende vergoedingen op grond van artikel 10 (koopkrachtcorrectie netto salaris), de artikelen 13 tot en met 15 (standplaatstoelage), artikel 17 (koopkrachtcorrectie standplaatstoelage), artikel 30 (huispersoneel), de artikelen 33 en 34 (passieve representatie), artikel 35 (koopkrachtcorrectie passieve representatie) en artikel 37 juncto artikel 38 (transportvergoeding verminderd met de korting transportvergoeding); en
b. het in een periode van ten hoogste drie maanden toekomende netto salaris.
3. Het aanloopvoorschot bedraagt ten hoogste het bedrag, vermeld in bijlage B, onder 25. Dit bedrag wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld op de in artikel 13, derde lid, aangegeven wijze.
4. Het aanloopvoorschot is rentevrij en wordt binnen een periode van twee jaar, gerekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de dag van aankomst op de standplaats, in 24 gelijke maandelijkse termijnen verrekend met het totaal aan vergoedingen en tegemoetkomingen dat op grond van deze regeling wordt uitbetaald.
5. Voor de eerste keer dat aan een ambtenaar een aanloopvoorschot wordt toegekend, gelden de volgende afwijkende bepalingen:
a. het bedrag van het aanloopvoorschot bedraagt 150% van het in het tweede lid bedoelde aanloopvoorschot;
b. in het vierde lid worden de zinsneden ‘binnen een periode van twee jaar’, ‘in 24 gelijke maandelijkse termijnen’ en ‘binnen de periode van twee jaar’, respectievelijk gelezen als: binnen een periode van drie jaar, in 36 gelijke maandelijkse termijnen en binnen de periode van drie jaar.