BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 7
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. Gedurende de tijd dat de werkzaamheden bij de post tijdelijk zijn beëindigd vanwege een omstandigheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, behoudt de ambtenaar aanspraak op voorzieningen als bedoeld in dit hoofdstuk naar de situatie zoals deze gold direct voorafgaande aan die beëindiging, met dien verstande dat indien de ambtenaar de standplaats verlaat:
a. de koopkrachtcorrectie op basis van het netto salaris, bedoeld in artikel 10, op nihil wordt vastgesteld;
b. de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 13, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
c. de vergoeding huispersoneel, bedoeld in artikel 30, op nihil wordt vastgesteld, met dien verstande dat de werkelijke kosten voor huispersoneel tot ten hoogste het voor hem geldende bedrag zoals vermeld in bijlage B, onder 10, worden vergoed;
d. de vergoeding passieve representatie, bedoeld in artikel 33, wordt vastgesteld op 30% daarvan.
2. In aanvulling op het eerste lid kan worden bepaald dat de ambtenaar voor de tijd dat de werkzaamheden bij de post tijdelijk zijn beëindigd aanspraak heeft op:
a. een tegemoetkoming tijdelijke huisvesting als bedoeld in artikel 68, tenzij aan hem een tegemoetkoming in de kosten van dubbele huishouding als bedoeld in artikel 43 wordt toegekend;
b. vergoeding van de kosten van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 59, met dien verstande dat het maximumgewicht voor bagage voor de ambtenaar wordt vastgesteld op 50 kilo, in welk maximum is begrepen het door de luchtvaartmaatschappij toegestane gewicht;
c. vergoeding van reiskosten overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat.
3. Indien de gezinsleden achterblijven op de standplaats wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, de koopkrachtcorrectie op basis van het netto salaris, bedoeld in artikel 10, vastgesteld op 50%.
4. Indien een op de standplaats verblijvend gezinslid waarvoor de ambtenaar direct voorafgaande aan een in artikel 5, eerste lid, bedoelde omstandigheid aanspraak heeft op een vergoeding als bedoeld in artikel 14of 15, met hem meereist kan in aanvulling op het eerste lid worden bepaald dat:
a. het voor het gezinslid toegekende deel van de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 14 of 15, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
b. de onderwijskosten, bedoeld in artikel 77, worden vergoed, met dien verstande dat als de wettelijke eigen bijdrage, bedoeld in artikel 19, tweede lid, al op de post is verrekend, deze niet nogmaals op de vergoeding wordt ingehouden;
c. de kosten worden vergoed van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 59, met dien verstande dat het maximale gewicht voor bagage voor de partner respectievelijk afhankelijk kind wordt vastgesteld op 50 kilo, in welk maximum is begrepen het door de luchtvaartmaatschappij toegestane gewicht;
d. de reiskosten worden vergoed overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat en vooraf schriftelijk toestemming is gegeven voor de te ondernemen reis.
5. Ingeval van evacuatie worden aan de ambtenaar voor hem en zijn op de standplaats verblijvende gezinsleden waarvoor hij een vergoeding op grond van artikel 14of 15ontvangt, tickets verstrekt of een vergoeding als bedoeld in artikel 57toegekend voor het traject van de standplaats naar Nederland, tenzij reeds op andere wijze voor rijksrekening in het vervoer wordt voorzien.
a. de koopkrachtcorrectie op basis van het netto salaris, bedoeld in artikel 10, op nihil wordt vastgesteld;
b. de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 13, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
c. de vergoeding huispersoneel, bedoeld in artikel 30, op nihil wordt vastgesteld, met dien verstande dat de werkelijke kosten voor huispersoneel tot ten hoogste het voor hem geldende bedrag zoals vermeld in bijlage B, onder 10, worden vergoed;
d. de vergoeding passieve representatie, bedoeld in artikel 33, wordt vastgesteld op 30% daarvan.
2. In aanvulling op het eerste lid kan worden bepaald dat de ambtenaar voor de tijd dat de werkzaamheden bij de post tijdelijk zijn beëindigd aanspraak heeft op:
a. een tegemoetkoming tijdelijke huisvesting als bedoeld in artikel 68, tenzij aan hem een tegemoetkoming in de kosten van dubbele huishouding als bedoeld in artikel 43 wordt toegekend;
b. vergoeding van de kosten van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 59, met dien verstande dat het maximumgewicht voor bagage voor de ambtenaar wordt vastgesteld op 50 kilo, in welk maximum is begrepen het door de luchtvaartmaatschappij toegestane gewicht;
c. vergoeding van reiskosten overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat.
3. Indien de gezinsleden achterblijven op de standplaats wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, de koopkrachtcorrectie op basis van het netto salaris, bedoeld in artikel 10, vastgesteld op 50%.
4. Indien een op de standplaats verblijvend gezinslid waarvoor de ambtenaar direct voorafgaande aan een in artikel 5, eerste lid, bedoelde omstandigheid aanspraak heeft op een vergoeding als bedoeld in artikel 14of 15, met hem meereist kan in aanvulling op het eerste lid worden bepaald dat:
a. het voor het gezinslid toegekende deel van de standplaatstoelage, bedoeld in artikel 14 of 15, wordt vastgesteld op 85% daarvan;
b. de onderwijskosten, bedoeld in artikel 77, worden vergoed, met dien verstande dat als de wettelijke eigen bijdrage, bedoeld in artikel 19, tweede lid, al op de post is verrekend, deze niet nogmaals op de vergoeding wordt ingehouden;
c. de kosten worden vergoed van het vervoeren van bagage als bedoeld in artikel 59, met dien verstande dat het maximale gewicht voor bagage voor de partner respectievelijk afhankelijk kind wordt vastgesteld op 50 kilo, in welk maximum is begrepen het door de luchtvaartmaatschappij toegestane gewicht;
d. de reiskosten worden vergoed overeenkomstig het Reisbesluit buitenland voor zover daarop elders door toepassing van deze regeling al geen aanspraak bestaat en vooraf schriftelijk toestemming is gegeven voor de te ondernemen reis.
5. Ingeval van evacuatie worden aan de ambtenaar voor hem en zijn op de standplaats verblijvende gezinsleden waarvoor hij een vergoeding op grond van artikel 14of 15ontvangt, tickets verstrekt of een vergoeding als bedoeld in artikel 57toegekend voor het traject van de standplaats naar Nederland, tenzij reeds op andere wijze voor rijksrekening in het vervoer wordt voorzien.