BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 2
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. Indien uit andere hoofde een voorziening is of kan worden verkregen ter zake van extra uitgaven en kosten die in deze regeling worden bestreken, bestaat daarvoor geen aanspraak op toepassing van deze regeling.
2. Op grond van deze regeling verstrekte voorzieningen zijn onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening.
3. Voor de berekening van vergoedingen over een gedeelte van een maand, wordt de maand op het aantal dagen van die maand gesteld, tenzij anders is bepaald.
4. Artikel 1, eerste lid, onder i, j en k, is van overeenkomstige toepassing indien de partner:
a. ambtenaar is van een ander ministerie en op grond van 8, achtste lid, van het RDBZ aanspraak maakt of kan maken op voorzieningen als bedoeld in deze regeling, of
b. een persoon is als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van het RDBZ die tijdelijk werkzaamheden uitoefent bij een post en aanspraak maakt of kan maken op voorzieningen als bedoeld in deze regeling.
5. Indien een vergoeding, tegemoetkoming of inhouding in deze regeling rekenkundig is gerelateerd aan het bruto of netto salaris, is de berekeningsgrondslag het bruto of netto salaris dat op het betaalmoment van de desbetreffende maand van toepassing is. Indien dat salaris nadien met terugwerkende kracht wordt gewijzigd, wordt de hoogte van de desbetreffende vergoeding, tegemoetkoming of inhouding met inachtneming van het gewijzigde salaris opnieuw vastgesteld.
6. Tenzij in deze regeling anders is vermeld, worden besluiten in het kader van deze regeling namens de Minister van Buitenlandse Zaken genomen door HDPO.
2. Op grond van deze regeling verstrekte voorzieningen zijn onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening.
3. Voor de berekening van vergoedingen over een gedeelte van een maand, wordt de maand op het aantal dagen van die maand gesteld, tenzij anders is bepaald.
4. Artikel 1, eerste lid, onder i, j en k, is van overeenkomstige toepassing indien de partner:
a. ambtenaar is van een ander ministerie en op grond van 8, achtste lid, van het RDBZ aanspraak maakt of kan maken op voorzieningen als bedoeld in deze regeling, of
b. een persoon is als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van het RDBZ die tijdelijk werkzaamheden uitoefent bij een post en aanspraak maakt of kan maken op voorzieningen als bedoeld in deze regeling.
5. Indien een vergoeding, tegemoetkoming of inhouding in deze regeling rekenkundig is gerelateerd aan het bruto of netto salaris, is de berekeningsgrondslag het bruto of netto salaris dat op het betaalmoment van de desbetreffende maand van toepassing is. Indien dat salaris nadien met terugwerkende kracht wordt gewijzigd, wordt de hoogte van de desbetreffende vergoeding, tegemoetkoming of inhouding met inachtneming van het gewijzigde salaris opnieuw vastgesteld.
6. Tenzij in deze regeling anders is vermeld, worden besluiten in het kader van deze regeling namens de Minister van Buitenlandse Zaken genomen door HDPO.