BWBR0027666
Geldig vanaf 2007-03-01
Artikel 76
Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1. Vanaf de dag volgend op de dag waarop de toekenning van de in artikel 68bedoelde tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting eindigt, komt de ambtenaar wiens maandelijkse woonlast, betrekking hebbend op een andere woning dan die waarvoor de tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting is toegekend meer bedraagt dan 27% van het netto salaris, in aanmerking voor een tegemoetkoming in de woonlasten, met inachtneming van het tweede tot en met zevende lid. De tegemoetkoming wordt toegekend voor een periode van ten hoogste zes jaar, gerekend vanaf de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland.
2. a. De hoogte van de tegemoetkoming in de woonlasten wordt vastgesteld met ingang van de dag waarop de tegemoetkoming ingaat en wordt telkens herberekend zodra één van de voor de toekenning noodzakelijke gegevens wijzigt.
b. In afwijking van onderdeel a wordt een verhoging van de woonlast als gevolg van het betrekken van een andere woning of door verhoging van het bedrag van de hypothecaire lening, voor de berekening van de tegemoetkoming buiten beschouwing gelaten. In dat geval wordt voor de resterende duur van de in het eerste lid bedoelde periode de tegemoetkoming berekend op basis van de direct voorafgaande aan die verhoging geldende woonlast.
c. De ambtenaar heeft geen aanspraak op de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming indien: 1°. de woning door hem of zijn partner tijdens zijn plaatsing is aangehouden, gehuurd of gekocht, tenzij de woning is gehuurd of gekocht binnen een periode van één jaar voorafgaande aan de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland; of
2°. door hem niet de onder ten 1° bedoelde woning, maar een andere woning wordt betrokken.
1°. de woning door hem of zijn partner tijdens zijn plaatsing is aangehouden, gehuurd of gekocht, tenzij de woning is gehuurd of gekocht binnen een periode van één jaar voorafgaande aan de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland; of
2°. door hem niet de onder ten 1° bedoelde woning, maar een andere woning wordt betrokken.
3. Indien de door de ambtenaar bewoonde woning een huurwoning is, wordt onder de in het eerste lid bedoelde woonlast verstaan de kale huur, vermeerderd met de door de verhuurder aan hem in rekening gebrachte servicekosten, voor zover deze betrekking hebben op het schoonmaken van en het water- en energieverbruik voor gemeenschappelijke ruimten, het onderhoud van de gemeenschappelijke groenvoorziening en het onderhoud van de lift en het gebruik daarvan.
4. Indien de door de ambtenaar bewoonde woning in eigendom toebehoort aan hem of aan zijn partner, wordt onder de in het eerste lid bedoelde woonlast verstaan het bedrag aan hypotheekrente per maand op grond van de door hem overgelegde hypotheekakte, verminderd met een bedrag ter grootte van het fiscale voordeel per maand dat de ambtenaar heeft of zou kunnen hebben als gevolg van de betaalde hypotheekrente.
5. De tegemoetkoming in de woonlasten wordt berekend door op de voor de ambtenaar geldende woonlast een bedrag ter grootte van 27% van zijn netto salaris in mindering te brengen, met dien verstande dat daarbij ten hoogste het in bijlage B, onder 23, vermelde bedrag als woonlast in aanmerking wordt genomen.
6. Het in bijlage B, onder 23, vermelde bedrag wordt jaarlijks per 1 juli vastgesteld overeenkomstig de jaarlijks gemiddelde huurprijsstijging in de daaraan voorafgaande periode van juli tot juli, zoals deze blijkt uit de gegevens van het CBS betreffende de gemiddelde verhoging van de woninghuur in Nederland.
7. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder woning verstaan: een in Nederland voor permanente bewoning geschikte woning.
2. a. De hoogte van de tegemoetkoming in de woonlasten wordt vastgesteld met ingang van de dag waarop de tegemoetkoming ingaat en wordt telkens herberekend zodra één van de voor de toekenning noodzakelijke gegevens wijzigt.
b. In afwijking van onderdeel a wordt een verhoging van de woonlast als gevolg van het betrekken van een andere woning of door verhoging van het bedrag van de hypothecaire lening, voor de berekening van de tegemoetkoming buiten beschouwing gelaten. In dat geval wordt voor de resterende duur van de in het eerste lid bedoelde periode de tegemoetkoming berekend op basis van de direct voorafgaande aan die verhoging geldende woonlast.
c. De ambtenaar heeft geen aanspraak op de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming indien: 1°. de woning door hem of zijn partner tijdens zijn plaatsing is aangehouden, gehuurd of gekocht, tenzij de woning is gehuurd of gekocht binnen een periode van één jaar voorafgaande aan de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland; of
2°. door hem niet de onder ten 1° bedoelde woning, maar een andere woning wordt betrokken.
1°. de woning door hem of zijn partner tijdens zijn plaatsing is aangehouden, gehuurd of gekocht, tenzij de woning is gehuurd of gekocht binnen een periode van één jaar voorafgaande aan de dag van aankomst van de ambtenaar in Nederland; of
2°. door hem niet de onder ten 1° bedoelde woning, maar een andere woning wordt betrokken.
3. Indien de door de ambtenaar bewoonde woning een huurwoning is, wordt onder de in het eerste lid bedoelde woonlast verstaan de kale huur, vermeerderd met de door de verhuurder aan hem in rekening gebrachte servicekosten, voor zover deze betrekking hebben op het schoonmaken van en het water- en energieverbruik voor gemeenschappelijke ruimten, het onderhoud van de gemeenschappelijke groenvoorziening en het onderhoud van de lift en het gebruik daarvan.
4. Indien de door de ambtenaar bewoonde woning in eigendom toebehoort aan hem of aan zijn partner, wordt onder de in het eerste lid bedoelde woonlast verstaan het bedrag aan hypotheekrente per maand op grond van de door hem overgelegde hypotheekakte, verminderd met een bedrag ter grootte van het fiscale voordeel per maand dat de ambtenaar heeft of zou kunnen hebben als gevolg van de betaalde hypotheekrente.
5. De tegemoetkoming in de woonlasten wordt berekend door op de voor de ambtenaar geldende woonlast een bedrag ter grootte van 27% van zijn netto salaris in mindering te brengen, met dien verstande dat daarbij ten hoogste het in bijlage B, onder 23, vermelde bedrag als woonlast in aanmerking wordt genomen.
6. Het in bijlage B, onder 23, vermelde bedrag wordt jaarlijks per 1 juli vastgesteld overeenkomstig de jaarlijks gemiddelde huurprijsstijging in de daaraan voorafgaande periode van juli tot juli, zoals deze blijkt uit de gegevens van het CBS betreffende de gemiddelde verhoging van de woninghuur in Nederland.
7. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder woning verstaan: een in Nederland voor permanente bewoning geschikte woning.