BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 2.15
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Een oplosmiddelenboekhouding als bedoeld in artikel 2.14:
a. omvat een periode van twaalf maanden en wordt binnen dertien weken na afloop van die periode afgesloten, en
b. voldoet aan het tweede tot en met het negende lid.
2. Ter controle op de naleving van een reductieprogramma als bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, van het besluitwordt het oplosmiddelenverbruik berekend aan de hand van de volgende formule: V = I1 – O8.
3. Voor de berekening van de jaarlijkse referentie-emissie, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, wordt de in coatings gebruikte hoeveelheid vaste stof bepaald overeenkomstig de formule, genoemd in het tweede lid.
4. Ter controle op de naleving van een totale emissiegrenswaarde wordt de totale emissie berekend aan de hand van de volgende formule: E = F + O1.
5. Ter controle op de naleving van artikel 2.30, derde lid, onder b, onder 2°, van het besluitwordt de totale emissie van alle betrokken activiteiten bepaald en vergeleken met de totale emissie die zou zijn veroorzaakt als artikel 2.29 van het besluitvoor elke activiteit afzonderlijk zou zijn nageleefd.
6. Ter controle op de naleving van een diffuse emissiegrenswaarde wordt de diffuse emissie berekend aan de hand van een van de volgende formules:
a. F = I1 – O1 – O5 – O6 – O7 – O8, of
b. F = O2 + O3 + O4 + O9.
7. De diffuse emissie wordt bepaald met behulp van een korte maar representatieve serie metingen of door middel van een gelijkwaardige berekeningsmethode. De bepaling behoeft niet te worden herhaald zolang de oplosmiddeleninstallatie niet wordt veranderd.
8. De diffuse emissie wordt uitgedrukt als een percentage van de oplosmiddeleninput, berekend aan de hand van de volgende formule: I = I1 + I2.
9. Onder de in dit artikel genoemde symbolen wordt verstaan:
[tabel]
a. omvat een periode van twaalf maanden en wordt binnen dertien weken na afloop van die periode afgesloten, en
b. voldoet aan het tweede tot en met het negende lid.
2. Ter controle op de naleving van een reductieprogramma als bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, van het besluitwordt het oplosmiddelenverbruik berekend aan de hand van de volgende formule: V = I1 – O8.
3. Voor de berekening van de jaarlijkse referentie-emissie, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, wordt de in coatings gebruikte hoeveelheid vaste stof bepaald overeenkomstig de formule, genoemd in het tweede lid.
4. Ter controle op de naleving van een totale emissiegrenswaarde wordt de totale emissie berekend aan de hand van de volgende formule: E = F + O1.
5. Ter controle op de naleving van artikel 2.30, derde lid, onder b, onder 2°, van het besluitwordt de totale emissie van alle betrokken activiteiten bepaald en vergeleken met de totale emissie die zou zijn veroorzaakt als artikel 2.29 van het besluitvoor elke activiteit afzonderlijk zou zijn nageleefd.
6. Ter controle op de naleving van een diffuse emissiegrenswaarde wordt de diffuse emissie berekend aan de hand van een van de volgende formules:
a. F = I1 – O1 – O5 – O6 – O7 – O8, of
b. F = O2 + O3 + O4 + O9.
7. De diffuse emissie wordt bepaald met behulp van een korte maar representatieve serie metingen of door middel van een gelijkwaardige berekeningsmethode. De bepaling behoeft niet te worden herhaald zolang de oplosmiddeleninstallatie niet wordt veranderd.
8. De diffuse emissie wordt uitgedrukt als een percentage van de oplosmiddeleninput, berekend aan de hand van de volgende formule: I = I1 + I2.
9. Onder de in dit artikel genoemde symbolen wordt verstaan:
[tabel]