BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 4.7
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Tijdelijke opslag van gevaarlijke stoffen vindt plaats:
a. in één of meer speciaal daarvoor bestemde opslagvoorzieningen, of
b. in één of meer laad- en losgedeelten tijdens de aanwezigheid van een deskundige als bedoeld in voorschrift 3.14.1 van PGS 15.
2. Tijdelijke opslag van gevaarlijke stoffen als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 15:
a. voorschrift 3.2.4;
b. de voorschriften 3.4.2 tot en met 3.4.7 en 3.4.9;
c. paragraaf 3.6;
d. de voorschriften 3.7.1 tot en met 3.7.7;
e. de paragrafen 3.10, 3.11 en 3.12;
f. de voorschriften 3.13.1 en 3.13.2;
g. voorschrift 3.14.1;
h. de paragrafen 3.15, 3.16 en 3.18, en
i. de voorschriften 5.4.2, 5.4.3 en 5.4.6 tot en met 5.4.9.
3. In de opslagvoorziening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en in het laad- en losgedeelte, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn geen stoffen aanwezig van:
a. verpakkingsgroep I van het ADR;
b. de klasse 1, 2 gevaarsetiket 2.3 en 7 van het ADR;
c. de klasse 5.2 van het ADR, met uitzondering van gelimiteerde hoeveelheden tot 1.000 kg, of
d. de klasse 6.2 van het ADR, met uitzondering van stoffen met UN-nummer 3291 en UN-nummer 3373.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op gasflessen.
5. Onverminderd het tweede tot en met vierde lid voldoet de opslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de voorschriften van paragraaf 5.5 van PGS15.
6. Onverminderd het tweede tot en met vierde lid voldoet de opslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan de voorschriften van paragraaf 5.6 PGS 15.
7. In afwijking van het vijfde en zesde lid is tot [1 oktober 2020] het tweede aandachtstreepje van de voorschriften 5.5.2 en 5.6.5 van de PGS 15 niet van toepassing op een inrichting die is opgericht voor [1 oktober 2017]. De maximaal aanwezige hoeveelheid stoffen van ADR klasse 3 is in dat geval 2000 kg of liter per opslagvoorziening als bedoeld in dit artikel.
a. in één of meer speciaal daarvoor bestemde opslagvoorzieningen, of
b. in één of meer laad- en losgedeelten tijdens de aanwezigheid van een deskundige als bedoeld in voorschrift 3.14.1 van PGS 15.
2. Tijdelijke opslag van gevaarlijke stoffen als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 15:
a. voorschrift 3.2.4;
b. de voorschriften 3.4.2 tot en met 3.4.7 en 3.4.9;
c. paragraaf 3.6;
d. de voorschriften 3.7.1 tot en met 3.7.7;
e. de paragrafen 3.10, 3.11 en 3.12;
f. de voorschriften 3.13.1 en 3.13.2;
g. voorschrift 3.14.1;
h. de paragrafen 3.15, 3.16 en 3.18, en
i. de voorschriften 5.4.2, 5.4.3 en 5.4.6 tot en met 5.4.9.
3. In de opslagvoorziening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en in het laad- en losgedeelte, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn geen stoffen aanwezig van:
a. verpakkingsgroep I van het ADR;
b. de klasse 1, 2 gevaarsetiket 2.3 en 7 van het ADR;
c. de klasse 5.2 van het ADR, met uitzondering van gelimiteerde hoeveelheden tot 1.000 kg, of
d. de klasse 6.2 van het ADR, met uitzondering van stoffen met UN-nummer 3291 en UN-nummer 3373.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op gasflessen.
5. Onverminderd het tweede tot en met vierde lid voldoet de opslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de voorschriften van paragraaf 5.5 van PGS15.
6. Onverminderd het tweede tot en met vierde lid voldoet de opslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan de voorschriften van paragraaf 5.6 PGS 15.
7. In afwijking van het vijfde en zesde lid is tot [1 oktober 2020] het tweede aandachtstreepje van de voorschriften 5.5.2 en 5.6.5 van de PGS 15 niet van toepassing op een inrichting die is opgericht voor [1 oktober 2017]. De maximaal aanwezige hoeveelheid stoffen van ADR klasse 3 is in dat geval 2000 kg of liter per opslagvoorziening als bedoeld in dit artikel.