BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 3.27d
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Ten behoeve van:
a. een doelmatig beheer van afvalstoffen als bedoeld in het artikel 3.26a van het besluit,
b. het voorkomen of beperken van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, bedoeld in artikel 3.26a van het besluit, en
c. het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico, bedoeld in artikel 3.26a van het besluit,
wordt bij het bewerken van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen in een inrichting waar autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen worden gedemonteerd, voldaan aan het tweede tot en met zevende lid.
2. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst van het autowrak of wrak van een tweewielig motorvoertuig, worden de volgende stoffen, preparaten of producten, indien aanwezig, afgetapt of gedemonteerd en opgeslagen:
a. motorolie;
b. transmissieolie;
c. versnellingsbakolie;
d. olie uit het differentieel;
e. hydraulische olie;
f. remvloeistoffen;
g. koelvloeistoffen;
h. ruitensproeiervloeistoffen;
i. airconditioningsvloeistoffen;
j. benzine;
k. diesel;
l. LPG-tank, inclusief LPG;
m. accu, inclusief accuzuren;
n. oliefilter;
o. PCB/PCT-houdende condensatoren;
p. batterijen; en
q. ontplofbare onderdelen voor zover deze niet zijn geneutraliseerd, met uitzondering van elektrische airbags en gordelspanners.
3. Restanten van vloeistoffen worden zo goed mogelijk uit leidingen afgetapt. De aftappunten worden na het aftappen afgesloten.
4. Indien dat noodzakelijk is voor de recycling als product van gedemonteerde onderdelen kan in afwijking van het tweede lid worden afgezien van het aftappen van de oliën uit de in dat lid genoemde onderdelen en kan het oliefilter worden teruggeplaatst.
5. Autowrakken worden binnen de inrichting ontdaan van de volgende stoffen, preparaten of producten:
a. banden, glas en grote kunststofonderdelen, zoals bumpers, instrumentenborden en vloeistoftanks, indien deze materialen tijdens het shredderproces niet zodanig gescheiden worden dat ze als materiaal kunnen worden gerecycled;
b. metalen onderdelen die koper, aluminium of magnesium bevatten indien deze metalen niet tijdens het shredderproces worden gescheiden;
c. katalysatoren;
d. onderdelen die lood, kwik, cadmium of zeswaardig chroom bevatten en als zodanig zijn voorzien van een aanduiding;
e. elektrische airbags en gordelspanners, voor zover deze niet zijn geneutraliseerd.
6. Een autowrak wordt niet op een zodanig wijze geplet, geknipt of anderszins mechanisch verkleind dat de identiteit of de inhoud daarvan niet meer herkenbaar is.
7. Wrakken van tweewielige motorvoertuigen worden binnen de inrichting ontdaan van stoffen, preparaten of producten als bedoeld in het vijfde lid, onderdelen d en e.
a. een doelmatig beheer van afvalstoffen als bedoeld in het artikel 3.26a van het besluit,
b. het voorkomen of beperken van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, bedoeld in artikel 3.26a van het besluit, en
c. het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico, bedoeld in artikel 3.26a van het besluit,
wordt bij het bewerken van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen in een inrichting waar autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen worden gedemonteerd, voldaan aan het tweede tot en met zevende lid.
2. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst van het autowrak of wrak van een tweewielig motorvoertuig, worden de volgende stoffen, preparaten of producten, indien aanwezig, afgetapt of gedemonteerd en opgeslagen:
a. motorolie;
b. transmissieolie;
c. versnellingsbakolie;
d. olie uit het differentieel;
e. hydraulische olie;
f. remvloeistoffen;
g. koelvloeistoffen;
h. ruitensproeiervloeistoffen;
i. airconditioningsvloeistoffen;
j. benzine;
k. diesel;
l. LPG-tank, inclusief LPG;
m. accu, inclusief accuzuren;
n. oliefilter;
o. PCB/PCT-houdende condensatoren;
p. batterijen; en
q. ontplofbare onderdelen voor zover deze niet zijn geneutraliseerd, met uitzondering van elektrische airbags en gordelspanners.
3. Restanten van vloeistoffen worden zo goed mogelijk uit leidingen afgetapt. De aftappunten worden na het aftappen afgesloten.
4. Indien dat noodzakelijk is voor de recycling als product van gedemonteerde onderdelen kan in afwijking van het tweede lid worden afgezien van het aftappen van de oliën uit de in dat lid genoemde onderdelen en kan het oliefilter worden teruggeplaatst.
5. Autowrakken worden binnen de inrichting ontdaan van de volgende stoffen, preparaten of producten:
a. banden, glas en grote kunststofonderdelen, zoals bumpers, instrumentenborden en vloeistoftanks, indien deze materialen tijdens het shredderproces niet zodanig gescheiden worden dat ze als materiaal kunnen worden gerecycled;
b. metalen onderdelen die koper, aluminium of magnesium bevatten indien deze metalen niet tijdens het shredderproces worden gescheiden;
c. katalysatoren;
d. onderdelen die lood, kwik, cadmium of zeswaardig chroom bevatten en als zodanig zijn voorzien van een aanduiding;
e. elektrische airbags en gordelspanners, voor zover deze niet zijn geneutraliseerd.
6. Een autowrak wordt niet op een zodanig wijze geplet, geknipt of anderszins mechanisch verkleind dat de identiteit of de inhoud daarvan niet meer herkenbaar is.
7. Wrakken van tweewielige motorvoertuigen worden binnen de inrichting ontdaan van stoffen, preparaten of producten als bedoeld in het vijfde lid, onderdelen d en e.