BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 3.4gc
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Het na zuivering te lozen stedelijk afvalwater voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 3.5e, vijfde lid, van het besluit, indien voor iedere parameter afzonderlijk uit monsters van dat afvalwater blijkt dat het op de volgende wijze voldoet aan de grenswaarde voor de betreffende parameter:
a. voor de parameters biochemisch zuurstofverbruik, chemisch zuurstofverbruik en onopgeloste stoffen is het aantal monsters dat de grenswaarde van de betrokken parameter, genoemd in artikel 3.5e, vierde lid, van het besluit overschrijdt, niet hoger dan het in tabel 3.4gc opgenomen maximaal toegestaan aantal monsters.
b. het maximaal toegestaan aantal monsters dat niet voldoet, bedoeld in onderdeel a, bevat een overschrijding van de grenswaarden voor de parameters, genoemd in dat onderdeel, van ten hoogste: 1°. 100 procent voor biochemisch zuurstofverbruik,
2°. 100 procent voor chemisch zuurstofverbruik, of
3°. 150 procent voor onopgeloste stoffen,
1°. 100 procent voor biochemisch zuurstofverbruik,
2°. 100 procent voor chemisch zuurstofverbruik, of
3°. 150 procent voor onopgeloste stoffen,
2. De grenswaarde voor totaal stikstof en totaal fosfor, bedoeld in artikel 3.5e, vierde lid, van het besluit, in het te lozen stedelijk afvalwater wordt uitgedrukt als de voortschrijdend jaargemiddelde concentratie totaal stikstof of totaal fosfor.
a. voor de parameters biochemisch zuurstofverbruik, chemisch zuurstofverbruik en onopgeloste stoffen is het aantal monsters dat de grenswaarde van de betrokken parameter, genoemd in artikel 3.5e, vierde lid, van het besluit overschrijdt, niet hoger dan het in tabel 3.4gc opgenomen maximaal toegestaan aantal monsters.
b. het maximaal toegestaan aantal monsters dat niet voldoet, bedoeld in onderdeel a, bevat een overschrijding van de grenswaarden voor de parameters, genoemd in dat onderdeel, van ten hoogste: 1°. 100 procent voor biochemisch zuurstofverbruik,
2°. 100 procent voor chemisch zuurstofverbruik, of
3°. 150 procent voor onopgeloste stoffen,
1°. 100 procent voor biochemisch zuurstofverbruik,
2°. 100 procent voor chemisch zuurstofverbruik, of
3°. 150 procent voor onopgeloste stoffen,
2. De grenswaarde voor totaal stikstof en totaal fosfor, bedoeld in artikel 3.5e, vierde lid, van het besluit, in het te lozen stedelijk afvalwater wordt uitgedrukt als de voortschrijdend jaargemiddelde concentratie totaal stikstof of totaal fosfor.