BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 2.14
Activiteitenregeling milieubeheer
Degene die een oplosmiddeleninstallatie drijft, voert een oplosmiddelenboekhouding waarmee:
a. wordt aangetoond dat is voldaan aan: 1°. de emissiegrenswaarden, diffuse-emissiegrenswaarden of de totale emissiegrenswaarden, bedoeld in de artikelen 2.29, eerste, vierde en vijfde lid, en 2.30, tweede en derde lid, van het besluit, en
2°. indien van toepassing, de eisen van het reductieprogramma, bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, van het besluit;
1°. de emissiegrenswaarden, diffuse-emissiegrenswaarden of de totale emissiegrenswaarden, bedoeld in de artikelen 2.29, eerste, vierde en vijfde lid, en 2.30, tweede en derde lid, van het besluit, en
2°. indien van toepassing, de eisen van het reductieprogramma, bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, van het besluit;
b. de mogelijkheden voor emissiebeperking in de toekomst worden gespecificeerd, en
c. informatie aan eenieder kan worden verstrekt over het verbruik en de emissie van oplosmiddelen.
a. wordt aangetoond dat is voldaan aan: 1°. de emissiegrenswaarden, diffuse-emissiegrenswaarden of de totale emissiegrenswaarden, bedoeld in de artikelen 2.29, eerste, vierde en vijfde lid, en 2.30, tweede en derde lid, van het besluit, en
2°. indien van toepassing, de eisen van het reductieprogramma, bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, van het besluit;
1°. de emissiegrenswaarden, diffuse-emissiegrenswaarden of de totale emissiegrenswaarden, bedoeld in de artikelen 2.29, eerste, vierde en vijfde lid, en 2.30, tweede en derde lid, van het besluit, en
2°. indien van toepassing, de eisen van het reductieprogramma, bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, van het besluit;
b. de mogelijkheden voor emissiebeperking in de toekomst worden gespecificeerd, en
c. informatie aan eenieder kan worden verstrekt over het verbruik en de emissie van oplosmiddelen.