BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 3.5
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Aan artikel 3.10b van het besluitwordt voor zover het betreft de uitstoot van totaal stof bij de verbranding van brandstof in vloeibare vorm in ieder geval voldaan indien het asgehalte van de brandstof in massaprocent lager is dan de toepasselijke emissie-eis gedeeld door 800 en door middel van een keuring als bedoeld in artikel 3.7mkan worden aangetoond dat de concentratie van koolstof-monoxide (CO) in het rookgas lager ligt dan 100 mg/Nm3.
2. Aan artikel 3.10b van het besluitwordt voor zover het betreft de uitstoot van totaal stof bij de verbranding van hout, in ieder geval voldaan indien:
a. de afgezogen stofemissies die vrijkomen worden gevoerd door een elektrostatische E-filter waarvan door middel van een rapport van de leverancier kan worden aangetoond dat aan de emissie-eis in artikel 3.10b van het besluit kan worden voldaan; en
b. de elektrostatische E-filter in goede staat van onderhoud verkeert, periodiek gecontroleerd wordt en zo vaak als voor de goede werking nodig is, wordt schoongemaakt en vervangen.
3. Aan artikel 3.10b van het besluitwordt voor zover het betreft de uitstoot van stikstofoxiden (NO x) bij de verbranding van hout, in ieder geval voldaan indien:
a. de inrichtinghouder een meetrapport van de leverancier kan overleggen waaruit blijkt dat aan de in artikel 3.10b opgenomen emissiegrenswaarde van het besluit kan worden voldaan; en
b. in de ketelinstallatie het houttype wordt gestookt waarop het onder a bedoelde rapport is betrokken.
4. Aan artikel 3.10b van het besluit wordt, voor zover het betreft de uitstoot van stof bij de verbranding van biomassa en houtpellets geproduceerd uit biomassa, in een installatie tot 400kW, in ieder geval voldaan indien:
a. de drijver van de inrichting een meetrapport van de leverancier kan overleggen waaruit blijkt dat aan de emissiegrenswaarden in dat artikel kan worden voldaan, en
b. in de ketelinstallatie het type biomassa en houtpellets geproduceerd uit biomassa, wordt gestookt waarop het rapport, bedoeld in onderdeel a, betrekking heeft.
2. Aan artikel 3.10b van het besluitwordt voor zover het betreft de uitstoot van totaal stof bij de verbranding van hout, in ieder geval voldaan indien:
a. de afgezogen stofemissies die vrijkomen worden gevoerd door een elektrostatische E-filter waarvan door middel van een rapport van de leverancier kan worden aangetoond dat aan de emissie-eis in artikel 3.10b van het besluit kan worden voldaan; en
b. de elektrostatische E-filter in goede staat van onderhoud verkeert, periodiek gecontroleerd wordt en zo vaak als voor de goede werking nodig is, wordt schoongemaakt en vervangen.
3. Aan artikel 3.10b van het besluitwordt voor zover het betreft de uitstoot van stikstofoxiden (NO x) bij de verbranding van hout, in ieder geval voldaan indien:
a. de inrichtinghouder een meetrapport van de leverancier kan overleggen waaruit blijkt dat aan de in artikel 3.10b opgenomen emissiegrenswaarde van het besluit kan worden voldaan; en
b. in de ketelinstallatie het houttype wordt gestookt waarop het onder a bedoelde rapport is betrokken.
4. Aan artikel 3.10b van het besluit wordt, voor zover het betreft de uitstoot van stof bij de verbranding van biomassa en houtpellets geproduceerd uit biomassa, in een installatie tot 400kW, in ieder geval voldaan indien:
a. de drijver van de inrichting een meetrapport van de leverancier kan overleggen waaruit blijkt dat aan de emissiegrenswaarden in dat artikel kan worden voldaan, en
b. in de ketelinstallatie het type biomassa en houtpellets geproduceerd uit biomassa, wordt gestookt waarop het rapport, bedoeld in onderdeel a, betrekking heeft.