BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 5.8
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Aan de van toepassing zijnde emissiegrenswaarde wordt, voor zover continu wordt gemeten, in ieder geval voldaan indien in een kalenderjaar:
a. geen gevalideerd maandgemiddelde de toepasselijke emissiegrenswaarde overschrijdt;
b. geen gevalideerd daggemiddelde 110% van de toepasselijke emissiegrenswaarde overschrijdt;
c. 95% van alle gevalideerde uurgemiddelden over een jaar niet hoger is dan 200% van de toepasselijke emissiegrenswaarde.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden niet meegerekend: meetuitkomsten, verkregen tijdens periodes waarin een stookinstallatie op grond van artikel 5.10of 5.11 van het besluitin werking mag zijn, meetuitkomsten verkregen tijdens storingen in de apparatuur die de emissiereductie bewerkstelligt en meetuitkomsten verkregen tijdens periodes van opstarten en stilleggen.
3. De periodes van opstarten en stilleggen worden bepaald in overeenstemming met uitvoeringsbesluit van de Commissie van 7 mei 2012 betreffende de vaststelling van opstart- en stilleggingsperioden voor de toepassing van de EU-richtlijn industriële emissies.
4. Aan de van toepassing zijnde emissiegrenswaarde wordt, voor zover periodiek wordt gemeten, in ieder geval voldaan indien geen enkele gevalideerde meetuitkomst de emissiegrenswaarde overschrijdt.
a. geen gevalideerd maandgemiddelde de toepasselijke emissiegrenswaarde overschrijdt;
b. geen gevalideerd daggemiddelde 110% van de toepasselijke emissiegrenswaarde overschrijdt;
c. 95% van alle gevalideerde uurgemiddelden over een jaar niet hoger is dan 200% van de toepasselijke emissiegrenswaarde.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden niet meegerekend: meetuitkomsten, verkregen tijdens periodes waarin een stookinstallatie op grond van artikel 5.10of 5.11 van het besluitin werking mag zijn, meetuitkomsten verkregen tijdens storingen in de apparatuur die de emissiereductie bewerkstelligt en meetuitkomsten verkregen tijdens periodes van opstarten en stilleggen.
3. De periodes van opstarten en stilleggen worden bepaald in overeenstemming met uitvoeringsbesluit van de Commissie van 7 mei 2012 betreffende de vaststelling van opstart- en stilleggingsperioden voor de toepassing van de EU-richtlijn industriële emissies.
4. Aan de van toepassing zijnde emissiegrenswaarde wordt, voor zover periodiek wordt gemeten, in ieder geval voldaan indien geen enkele gevalideerde meetuitkomst de emissiegrenswaarde overschrijdt.