BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 3.4i
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Als reinigingswerkzaamheden als bedoeld in artikel 3.6a, tweede lid, van het besluitworden aangewezen:
a. R1-technieken;
b. R2-technieken;
c. R3-technieken;
d. R4-technieken;
e. R5-technieken.
2. Als R1-technieken worden aangemerkt:
a. afwassen met water;
b. schoonspuiten met water onder een druk van ten hoogste 200 bar zonder toevoeging van ontvetters;
c. stoomreinigen onder een druk van ten hoogste 200 bar zonder toevoeging van ontvetters;
d. ontvetten met doeken en een ontvetter.
3. Als R2-technieken worden aangemerkt:
a. bevochtigd handmatig schuren met schuurpapier of met een handschuurapparaat;
b. borstelen;
c. beitelen;
d. bikken;
e. schrapen;
f. steken;
g. slijpen;
h. branden;
i. afkrabben;
j. gebruiken van naaldhamer of bikhamer;
k. schuren of borstelen met roterende schuurmachines met bronafzuiging;
l. mobiel werpstralen;
m. vacuümstralen met bronafzuiging;
n. afblazen met perslucht tot 8 bar.
4. Als R3-technieken worden aangemerkt:
a. droog aanstralen;
b. droog integraal stralen;
c. integraal opruwen door stralen;
d. roestvrij maken van oppervlakken door stralen of ministralen;
e. droog ijs- of CO2-stralen.
5. Als R4-technieken worden aangemerkt:
a. chemisch reinigen;
b. chemisch ontvetten;
c. schoonspuiten met water met toevoeging van ontvetters;
d. stoomreinigen met toevoeging van ontvetters.
6. Als R5-technieken worden aangemerkt:
a. watergritreinigen;
b. lage druk watergritstralen;
c. lage druk vochtig stralen;
d. handmatig hoge druk water(grit)stralen;
e. mechanisch hoge druk water(grit)stralen.
a. R1-technieken;
b. R2-technieken;
c. R3-technieken;
d. R4-technieken;
e. R5-technieken.
2. Als R1-technieken worden aangemerkt:
a. afwassen met water;
b. schoonspuiten met water onder een druk van ten hoogste 200 bar zonder toevoeging van ontvetters;
c. stoomreinigen onder een druk van ten hoogste 200 bar zonder toevoeging van ontvetters;
d. ontvetten met doeken en een ontvetter.
3. Als R2-technieken worden aangemerkt:
a. bevochtigd handmatig schuren met schuurpapier of met een handschuurapparaat;
b. borstelen;
c. beitelen;
d. bikken;
e. schrapen;
f. steken;
g. slijpen;
h. branden;
i. afkrabben;
j. gebruiken van naaldhamer of bikhamer;
k. schuren of borstelen met roterende schuurmachines met bronafzuiging;
l. mobiel werpstralen;
m. vacuümstralen met bronafzuiging;
n. afblazen met perslucht tot 8 bar.
4. Als R3-technieken worden aangemerkt:
a. droog aanstralen;
b. droog integraal stralen;
c. integraal opruwen door stralen;
d. roestvrij maken van oppervlakken door stralen of ministralen;
e. droog ijs- of CO2-stralen.
5. Als R4-technieken worden aangemerkt:
a. chemisch reinigen;
b. chemisch ontvetten;
c. schoonspuiten met water met toevoeging van ontvetters;
d. stoomreinigen met toevoeging van ontvetters.
6. Als R5-technieken worden aangemerkt:
a. watergritreinigen;
b. lage druk watergritstralen;
c. lage druk vochtig stralen;
d. handmatig hoge druk water(grit)stralen;
e. mechanisch hoge druk water(grit)stralen.