BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 5.32
Activiteitenregeling milieubeheer
De meting van emissies in de lucht omvat:
a. een continue meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van ≥ 200g/uur;
b. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van <200 g/uur;
c. indien de IPPC-installatie gebruik maakt van het sulfaatproces: een continue meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide (SO2) en zwaveltrioxide (SO3) afkomstig van de ontsluiting en roosting uit inrichtingen voor de concentratie van afvalzuren;
d. indien de IPPC-installatie gebruik maakt van het chlorideproces: 1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;
2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen;
3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.
1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;
2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen;
3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.
a. een continue meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van ≥ 200g/uur;
b. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van <200 g/uur;
c. indien de IPPC-installatie gebruik maakt van het sulfaatproces: een continue meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide (SO2) en zwaveltrioxide (SO3) afkomstig van de ontsluiting en roosting uit inrichtingen voor de concentratie van afvalzuren;
d. indien de IPPC-installatie gebruik maakt van het chlorideproces: 1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;
2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen;
3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.
1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;
2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen;
3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.