BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 2.16
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Aan artikel 2.15, eerste lid, van het besluitwordt, door degene die de inrichting drijft, in ieder geval voldaan indien alle in bijlage 10opgenomen maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik zijn getroffen die op de inrichting van toepassing zijn, tenzij:
a. artikel 2.15, negende lid, onderdeel b, van het besluit van toepassing is;
b. er sprake is van een inrichting waarop artikel 3.55 van het besluit van toepassing is; of
c. er sprake is van een inrichting waarop artikel 3.75 van het besluit van toepassing is en degene die de inrichting drijft gebruik maakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
2. Aan artikel 2.15, eerste lid, van het besluitwordt, door degene die de inrichting drijft, in ieder geval voldaan indien alle in bijlage 10copgenomen maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik zijn getroffen die op de inrichting van toepassing zijn en er sprake is van:
a. een inrichting waarop artikel 3.55 van het besluit van toepassing is; of
b. van een inrichting waarop artikel 3.75 van het besluit van toepassing is en degene die de inrichting drijft gebruik maakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
3. Het tweede lid is niet van toepassing wanneer artikel 2.15, negende lid, onderdeel b, van het besluitvan toepassing is.
a. artikel 2.15, negende lid, onderdeel b, van het besluit van toepassing is;
b. er sprake is van een inrichting waarop artikel 3.55 van het besluit van toepassing is; of
c. er sprake is van een inrichting waarop artikel 3.75 van het besluit van toepassing is en degene die de inrichting drijft gebruik maakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
2. Aan artikel 2.15, eerste lid, van het besluitwordt, door degene die de inrichting drijft, in ieder geval voldaan indien alle in bijlage 10copgenomen maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik zijn getroffen die op de inrichting van toepassing zijn en er sprake is van:
a. een inrichting waarop artikel 3.55 van het besluit van toepassing is; of
b. van een inrichting waarop artikel 3.75 van het besluit van toepassing is en degene die de inrichting drijft gebruik maakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
3. Het tweede lid is niet van toepassing wanneer artikel 2.15, negende lid, onderdeel b, van het besluitvan toepassing is.