BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 4.15
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages voor het opslaan van halfzware olie of polyesterhars, is geïnstalleerd en wordt onderhouden en gerepareerd overeenkomstig BRL K903, door een bedrijf dat op grond van die BRL daartoe is gecertificeerd. De opslagtank, bedoeld in de eerste volzin wordt beoordeeld en goedgekeurd overeenkomstig BRL K903, door een persoon of instelling die is gecertificeerd overeenkomstig dat document.
2. Een stationaire bovengrondse opslagtank waarop een ondergrondse leiding is aangesloten voor het opslaan van stoffen van klasse 5.1 van het ADR of stoffen van de klasse 8 van het ADR, verpakkingsgroepen II en III zonder bijkomend gevaar, is geïnstalleerd en wordt onderhouden en gerepareerd overeenkomstig BRL K903, door een bedrijf dat op grond van die BRL daartoe is gecertificeerd. De opslagtank, bedoeld in de eerste volzin wordt beoordeeld en goedgekeurd overeenkomstig BRL K903, door een persoon of instelling die is gecertificeerd overeenkomstig dat document.
3. Ondergrondse leidingen inclusief appendages worden beoordeeld en goedgekeurd overeenkomstig AS 6800 door een persoon of instelling die beschikt over een erkenning overeenkomstig dat document.
4. Het opslaan van halfzware olie in een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 30:
a. de paragrafen 2.2 en 2.3;
b. de voorschriften 2.4.3, 2.6.1, 2.6.3 tot en met 2.6.6 en 2.6.14, en
c. paragraaf 4.2, met uitzondering van voorschrift 4.2.3 en tabel 4.1.
5. Een opslagtank als bedoeld in het eerste lid voor het opslaan van halfzware olie of polyesterhars bevindt zich niet op een verdieping.
6. Het gebruik van de installaties waarin het opslaan, vullen en afleveren van halfzware olie plaatsvindt in een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages, voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 30:
a. voorschrift 3.2.4;
b. de paragrafen 3.3, 3.5, 3.6, 5.2 en 5.4, en
c. de voorschriften 5.5.1, 5.5.2, 5.6.1, 5.6.3 en 5.6.4.
7. Voor een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages gelden de keurings- en herkeuringstermijnen van tabel 4.15.
[tabel]
8. Het bevoegd gezag kan ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, bij maatwerkvoorschrift het vierde lid niet van toepassing verklaren en toestaan dat een opslagtank zich op een verdieping bevindt.
9. Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in het zevende lid kunnen eisen worden gesteld om de toegankelijkheid van de opslagtank voor de brandbestrijding te borgen.
10. Het inpandig opslaan van halfzware olie als bedoeld in artikel 4.4a, eerste lid, onderdeel c, van het besluitis slechts toegestaan indien de volgende maatregelen zijn getroffen:
a. de tankinstallatie is geaard en voorzien van potentiaalvereffening;
b. de ontluchting is naar buiten op ten minste 5 meter hoogte en niet nabij openingen;
c. een goede ventilatie van de opslagruimte volgens NPR 7910-1 is in werking;
d. een waarschuwing of alarm treedt in werking indien de temperatuur in de opslagruimte boven het vlampunt van de vloeistof kan komen;
e. een vlamdover met CE-markering is volgens NEN-EN-ISO 16852 en de ATEX-richtlijnen 137 en 95 geïnstalleerd;
f. het vulpunt is buiten, en
g. de opslagtank is voorzien van elektronische peilvoorziening of een handmatige peilvoorziening met een zelfsluitende peildop.
11. Uitpandige opslag van halfzware olie als bedoeld in artikel 4.4a, eerste lid, onderdeel c, van het besluitis slechts toegestaan indien de volgende maatregelen zijn getroffen:
a. de opslagtank is van kunststof of staal;
b. de opslagtank is geplaatst in een niet-brandbare lekbak van staal of beton. Indien een stalen tank dubbelwandig is uitgevoerd is geen lekbak nodig;
c. de tankinstallatie is geaard en voorzien van potentiaalvereffening;
d. de ontluchting is op ten minste 5 meter boven maaiveld;
e. een vlamdover met CE-markering is volgens NEN-EN-ISO 16852 en de ATEX-richtlijn geïnstalleerd;
f. de vul-, zuig- en persleidingen zijn beveiligd tegen aanrijding;
g. de opslagtank is voorzien van elektronische peilvoorziening of een handmatige peilvoorziening met een zelfsluitende peildop, en
h. de tank is voorzien van lichte bekleding of van een verfsysteem.
12. Indien een bovengrondse opslagtank voor halfzware olie of polyesterhars is geïnstalleerd voor het tijdstip van het van toepassing worden van paragraaf 4.1.3op de inrichting is het vijfde lid niet van toepassing tot het moment waarop de eerstvolgende keuring behoort plaats te vinden.
13. Het bevoegd gezag kan aan een opslagtank als bedoeld in het twaalfde lid bij maatwerkvoorschrift eisen stellen om de toegankelijkheid van de opslagtank voor de brandbestrijding te borgen.
2. Een stationaire bovengrondse opslagtank waarop een ondergrondse leiding is aangesloten voor het opslaan van stoffen van klasse 5.1 van het ADR of stoffen van de klasse 8 van het ADR, verpakkingsgroepen II en III zonder bijkomend gevaar, is geïnstalleerd en wordt onderhouden en gerepareerd overeenkomstig BRL K903, door een bedrijf dat op grond van die BRL daartoe is gecertificeerd. De opslagtank, bedoeld in de eerste volzin wordt beoordeeld en goedgekeurd overeenkomstig BRL K903, door een persoon of instelling die is gecertificeerd overeenkomstig dat document.
3. Ondergrondse leidingen inclusief appendages worden beoordeeld en goedgekeurd overeenkomstig AS 6800 door een persoon of instelling die beschikt over een erkenning overeenkomstig dat document.
4. Het opslaan van halfzware olie in een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 30:
a. de paragrafen 2.2 en 2.3;
b. de voorschriften 2.4.3, 2.6.1, 2.6.3 tot en met 2.6.6 en 2.6.14, en
c. paragraaf 4.2, met uitzondering van voorschrift 4.2.3 en tabel 4.1.
5. Een opslagtank als bedoeld in het eerste lid voor het opslaan van halfzware olie of polyesterhars bevindt zich niet op een verdieping.
6. Het gebruik van de installaties waarin het opslaan, vullen en afleveren van halfzware olie plaatsvindt in een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages, voldoet aan de volgende onderdelen van PGS 30:
a. voorschrift 3.2.4;
b. de paragrafen 3.3, 3.5, 3.6, 5.2 en 5.4, en
c. de voorschriften 5.5.1, 5.5.2, 5.6.1, 5.6.3 en 5.6.4.
7. Voor een stationaire bovengrondse opslagtank met de daarbij behorende leidingen en appendages gelden de keurings- en herkeuringstermijnen van tabel 4.15.
[tabel]
8. Het bevoegd gezag kan ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, bij maatwerkvoorschrift het vierde lid niet van toepassing verklaren en toestaan dat een opslagtank zich op een verdieping bevindt.
9. Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in het zevende lid kunnen eisen worden gesteld om de toegankelijkheid van de opslagtank voor de brandbestrijding te borgen.
10. Het inpandig opslaan van halfzware olie als bedoeld in artikel 4.4a, eerste lid, onderdeel c, van het besluitis slechts toegestaan indien de volgende maatregelen zijn getroffen:
a. de tankinstallatie is geaard en voorzien van potentiaalvereffening;
b. de ontluchting is naar buiten op ten minste 5 meter hoogte en niet nabij openingen;
c. een goede ventilatie van de opslagruimte volgens NPR 7910-1 is in werking;
d. een waarschuwing of alarm treedt in werking indien de temperatuur in de opslagruimte boven het vlampunt van de vloeistof kan komen;
e. een vlamdover met CE-markering is volgens NEN-EN-ISO 16852 en de ATEX-richtlijnen 137 en 95 geïnstalleerd;
f. het vulpunt is buiten, en
g. de opslagtank is voorzien van elektronische peilvoorziening of een handmatige peilvoorziening met een zelfsluitende peildop.
11. Uitpandige opslag van halfzware olie als bedoeld in artikel 4.4a, eerste lid, onderdeel c, van het besluitis slechts toegestaan indien de volgende maatregelen zijn getroffen:
a. de opslagtank is van kunststof of staal;
b. de opslagtank is geplaatst in een niet-brandbare lekbak van staal of beton. Indien een stalen tank dubbelwandig is uitgevoerd is geen lekbak nodig;
c. de tankinstallatie is geaard en voorzien van potentiaalvereffening;
d. de ontluchting is op ten minste 5 meter boven maaiveld;
e. een vlamdover met CE-markering is volgens NEN-EN-ISO 16852 en de ATEX-richtlijn geïnstalleerd;
f. de vul-, zuig- en persleidingen zijn beveiligd tegen aanrijding;
g. de opslagtank is voorzien van elektronische peilvoorziening of een handmatige peilvoorziening met een zelfsluitende peildop, en
h. de tank is voorzien van lichte bekleding of van een verfsysteem.
12. Indien een bovengrondse opslagtank voor halfzware olie of polyesterhars is geïnstalleerd voor het tijdstip van het van toepassing worden van paragraaf 4.1.3op de inrichting is het vijfde lid niet van toepassing tot het moment waarop de eerstvolgende keuring behoort plaats te vinden.
13. Het bevoegd gezag kan aan een opslagtank als bedoeld in het twaalfde lid bij maatwerkvoorschrift eisen stellen om de toegankelijkheid van de opslagtank voor de brandbestrijding te borgen.