BWBR0022830
Geldig vanaf 2023-06-22
Artikel 3.7a
Activiteitenregeling milieubeheer
1. Onverminderd de artikelen 3.7en 3.7eworden voor het bepalen van de concentraties stoffen in het rookgas, representatieve metingen verricht.
2. De bemonsteringen, analyses en metingen van de parameters die nodig zijn voor het bepalen van het voldoen aan de emissiegrenswaarden alsmede de andere metingen en berekeningen die zijn voorgeschreven, worden uitgevoerd volgens onderstaande normbladen:
a. emissiemeting: 1°. stikstofoxiden (NOx): NEN-EN 14792;
2°. zwaveldioxide (SO2): NEN-EN 14791;
3°. onverbrande koolwaterstoffen (CxHy): NEN-EN 12619;
4°. totaal stof: NEN-EN 13284-1 of NEN-EN 13284-2;
5°. zuurstof (O2): NEN-EN 14789.
1°. stikstofoxiden (NOx): NEN-EN 14792;
2°. zwaveldioxide (SO2): NEN-EN 14791;
3°. onverbrande koolwaterstoffen (CxHy): NEN-EN 12619;
4°. totaal stof: NEN-EN 13284-1 of NEN-EN 13284-2;
5°. zuurstof (O2): NEN-EN 14789.
b. monstername betreffende de onder a genoemde stoffen: NEN-EN 15259.
3. Bij toepassing van de normbladen, bedoeld in het tweede lid, onder a, worden de regels voor de meetlocatie, bedoeld in NEN-EN 15259 toegepast.
4. Het uitvoeren van afzonderlijke metingen, parallelmetingen en referentiemetingen geschiedt door een instantie die is geaccrediteerd door een accreditatie-instantie.
5. In afwijking van het tweede lid, onder a, en het vierde lid, mag een afzonderlijke meting aan een middelgrote stookinstallatie vallend onder §3.2.1 van het besluitworden uitgevoerd overeenkomstig Scope 6 van de Deelregeling voor stookinstallaties, onderdeel uitmakende van de Certificatieregeling voor het kwaliteitsmanagementsysteem ten behoeve van de uitvoeren van onderhoud en inspecties aan technische installaties, van de stichting SCIOS, door een bedrijf dat beschikt over een geldig certificaat, afgegeven door een instantie die door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd, om uitvoering te kunnen geven aan genoemde deelregeling.
6. Bij het uitvoeren handelingen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 1, 2 en 5 kunnen tot [1 april 2019] onderstaande normbladen worden toegepast:
a. NEN-EN 14792:2005: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie aan stikstofoxiden (NOx) – Referentiemethode – Chemiluminescentie, december 2005,
b. NEN-EN 14 791, 2005: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van de massaconcentratie aan zwaveldioxide – Referentiemethode, november 2005, respectievelijk
c. NEN-EN 14 789, 2005: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van de volumeconcentratie van zuurstof (O2) – Referentiemethode – Paramagnetisme, november 2005.
7. Bij het uitvoeren van handelingen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 4, kunnen tot en met 31 december 2020 NEN-EN 13284-1, 2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, december 2001 of NEN-EN 13284-2, 2004: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 2: Geautomatiseerde meetsystemen, september 2004, worden toegepast.
2. De bemonsteringen, analyses en metingen van de parameters die nodig zijn voor het bepalen van het voldoen aan de emissiegrenswaarden alsmede de andere metingen en berekeningen die zijn voorgeschreven, worden uitgevoerd volgens onderstaande normbladen:
a. emissiemeting: 1°. stikstofoxiden (NOx): NEN-EN 14792;
2°. zwaveldioxide (SO2): NEN-EN 14791;
3°. onverbrande koolwaterstoffen (CxHy): NEN-EN 12619;
4°. totaal stof: NEN-EN 13284-1 of NEN-EN 13284-2;
5°. zuurstof (O2): NEN-EN 14789.
1°. stikstofoxiden (NOx): NEN-EN 14792;
2°. zwaveldioxide (SO2): NEN-EN 14791;
3°. onverbrande koolwaterstoffen (CxHy): NEN-EN 12619;
4°. totaal stof: NEN-EN 13284-1 of NEN-EN 13284-2;
5°. zuurstof (O2): NEN-EN 14789.
b. monstername betreffende de onder a genoemde stoffen: NEN-EN 15259.
3. Bij toepassing van de normbladen, bedoeld in het tweede lid, onder a, worden de regels voor de meetlocatie, bedoeld in NEN-EN 15259 toegepast.
4. Het uitvoeren van afzonderlijke metingen, parallelmetingen en referentiemetingen geschiedt door een instantie die is geaccrediteerd door een accreditatie-instantie.
5. In afwijking van het tweede lid, onder a, en het vierde lid, mag een afzonderlijke meting aan een middelgrote stookinstallatie vallend onder §3.2.1 van het besluitworden uitgevoerd overeenkomstig Scope 6 van de Deelregeling voor stookinstallaties, onderdeel uitmakende van de Certificatieregeling voor het kwaliteitsmanagementsysteem ten behoeve van de uitvoeren van onderhoud en inspecties aan technische installaties, van de stichting SCIOS, door een bedrijf dat beschikt over een geldig certificaat, afgegeven door een instantie die door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd, om uitvoering te kunnen geven aan genoemde deelregeling.
6. Bij het uitvoeren handelingen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 1, 2 en 5 kunnen tot [1 april 2019] onderstaande normbladen worden toegepast:
a. NEN-EN 14792:2005: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie aan stikstofoxiden (NOx) – Referentiemethode – Chemiluminescentie, december 2005,
b. NEN-EN 14 791, 2005: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van de massaconcentratie aan zwaveldioxide – Referentiemethode, november 2005, respectievelijk
c. NEN-EN 14 789, 2005: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van de volumeconcentratie van zuurstof (O2) – Referentiemethode – Paramagnetisme, november 2005.
7. Bij het uitvoeren van handelingen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 4, kunnen tot en met 31 december 2020 NEN-EN 13284-1, 2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, december 2001 of NEN-EN 13284-2, 2004: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 2: Geautomatiseerde meetsystemen, september 2004, worden toegepast.