BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 40h
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Een wees met recht op wezenpensioen heeft, voor zover dat pensioen is berekend over de diensttijd voor 1 oktober 2022, vanaf de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van vijftien jaar heeft bereikt recht op een toeslag van vijftien procent van het wezenpensioen.
2. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder wezenpensioen verstaan het pensioen nadat eventueel hoofdstuk 17toepassing heeft gevonden.
3. De in het eerste lid bedoelde compensatie gaat niet uit boven het fiscale maximum als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de loonbelasting 1964</a>een bedraagt niet meer dan het voor wezen van overheidswerknemers gestelde grensbedrag.
4. Voor de toepassing van artikel 27wordt de toeslag op grond van dit artikel buiten beschouwing gelaten.
2. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder wezenpensioen verstaan het pensioen nadat eventueel hoofdstuk 17toepassing heeft gevonden.
3. De in het eerste lid bedoelde compensatie gaat niet uit boven het fiscale maximum als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de loonbelasting 1964</a>een bedraagt niet meer dan het voor wezen van overheidswerknemers gestelde grensbedrag.
4. Voor de toepassing van artikel 27wordt de toeslag op grond van dit artikel buiten beschouwing gelaten.