BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 105
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Een pensioen op grond van de tweedeof de derde afdelingvan deze wet, daaronder niet begrepen de inbouw- en franchisebedragen, wordt telkens aangepast overeenkomstig een verhoging met de consumentenprijsindex van een pensioen van een gepensioneerde overheidswerknemer in de zin van de <a href="/wet/BWBR0007791" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet privatisering ABP</a>die werkzaam is geweest bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Indien aan een gepensioneerde overheidswerknemer, als bedoeld in het eerste lid, een eenmalige uitkering wordt toegekend, wordt aan degene die recht heeft op een pensioen, als bedoeld in dat lid, overeenkomstig een eenmalige uitkering toegekend.
3. Onze Minister kan regels stellen voor de toepassing van het eerste en het tweede lid. Deze regels werken zonodig terug tot en met de datum waarop een pensioenaanpassing is ingegaan of recht is ontstaan op een eenmalige uitkering.
2. Indien aan een gepensioneerde overheidswerknemer, als bedoeld in het eerste lid, een eenmalige uitkering wordt toegekend, wordt aan degene die recht heeft op een pensioen, als bedoeld in dat lid, overeenkomstig een eenmalige uitkering toegekend.
3. Onze Minister kan regels stellen voor de toepassing van het eerste en het tweede lid. Deze regels werken zonodig terug tot en met de datum waarop een pensioenaanpassing is ingegaan of recht is ontstaan op een eenmalige uitkering.