BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 40c
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Ingeval aan een gewezen minister reeds voor 1 juli 2022 een uitkering als bedoeld in hoofdstuk 3is toegekend, wordt in afwijking van artikel 13c, tweede lid, het opbouwpercentage niet gehalveerd:
a. gedurende de eerste drie jaar en twee maanden van de uitkeringsperiode, te rekenen vanaf de datum waarop de uitkering is toegekend; en
b. gedurende de periode waarin de uitkering langer dan drie jaar en twee maanden wordt genoten en betrokkene voor 55 procent of meer algemeen invalide is.
2. Bij een ontslag van een belanghebbende die op 1 juli 2022 het ambt van minister vervult is in afwijking van artikel 13c, tweede lid, het eerste lid van overeenkomstige toepassing, tenzij de belanghebbende dit ambt opnieuw bekleedt in het eerstvolgende kabinet dat aantreedt na die datum.
3. Het opbouwpercentage, bedoeld in artikel 13c, is nul indien de betrokkene daarom reeds voor 1 juli 2022 heeft verzocht.
a. gedurende de eerste drie jaar en twee maanden van de uitkeringsperiode, te rekenen vanaf de datum waarop de uitkering is toegekend; en
b. gedurende de periode waarin de uitkering langer dan drie jaar en twee maanden wordt genoten en betrokkene voor 55 procent of meer algemeen invalide is.
2. Bij een ontslag van een belanghebbende die op 1 juli 2022 het ambt van minister vervult is in afwijking van artikel 13c, tweede lid, het eerste lid van overeenkomstige toepassing, tenzij de belanghebbende dit ambt opnieuw bekleedt in het eerstvolgende kabinet dat aantreedt na die datum.
3. Het opbouwpercentage, bedoeld in artikel 13c, is nul indien de betrokkene daarom reeds voor 1 juli 2022 heeft verzocht.