BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 13f
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Een minister of gewezen minister kan bij de ingang van het pensioen de opgebouwde aanspraken op partnerpensioen als bedoeld in hoofdstuk 5, omzetten in aanspraken op ouderdomspensioen.
2. Met de keuze voor de omzetting vervalt de aanspraak op het partnerpensioen. De keuze is onherroepelijk.
3. De keuze voor de omzetting kan slechts worden gedaan met toestemming van de partner.
4. Bij de omzetting wordt een ruilvoet toegepast die aansluit bij de ruilvoet die in overeenkomstige gevallen wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers.
2. Met de keuze voor de omzetting vervalt de aanspraak op het partnerpensioen. De keuze is onherroepelijk.
3. De keuze voor de omzetting kan slechts worden gedaan met toestemming van de partner.
4. Bij de omzetting wordt een ruilvoet toegepast die aansluit bij de ruilvoet die in overeenkomstige gevallen wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers.