BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 115
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Elk pensioen eindigt met het einde van de maand waarin de rechthebbende is overleden. In geval van vermissing van de rechthebbende eindigt het pensioen met een door Onze Minister te bepalen dag.
2. Het tijdelijk pensioen eindigt wanneer de vermiste in leven blijkt te zijn, met een door Onze Minister te bepalen dag.
3. Een pensioen waarop het recht krachtens artikel 29vervallen is verklaard, eindigt met het einde van de maand waarin de beslissing inzake het vervallen verklaren is genomen.
4. Het wezenpensioen voorts eindigt op de laatste dag van de maand waarin de wees:
a. vijfentwintig jaar is geworden of betrokken is bij een partnerschap; of
b. wettig kind is geworden van een ander dan degene aan wiens overlijden het recht op wezenpensioen wordt ontleend.
2. Het tijdelijk pensioen eindigt wanneer de vermiste in leven blijkt te zijn, met een door Onze Minister te bepalen dag.
3. Een pensioen waarop het recht krachtens artikel 29vervallen is verklaard, eindigt met het einde van de maand waarin de beslissing inzake het vervallen verklaren is genomen.
4. Het wezenpensioen voorts eindigt op de laatste dag van de maand waarin de wees:
a. vijfentwintig jaar is geworden of betrokken is bij een partnerschap; of
b. wettig kind is geworden van een ander dan degene aan wiens overlijden het recht op wezenpensioen wordt ontleend.