BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 13i
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Als het pensioen op de dag van ingang op jaarbasis minder bedraagt dan het bedrag bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de Pensioenwet, wordt dit pensioen afgekocht door een uitkering ineens, mits de minister of gewezen minister daarmee instemt.
2. Onze Minister kan een pensioen als bedoeld in het eerste lid eveneens afkopen, mits Onze Minister na het ontslag van de belanghebbende als minister ten minste vijf maal tevergeefs heeft gepoogd de overdrachtswaarde over te dragen als bedoeld in artikel 13j, eerste lid, en na het ontslag ten minste vijf jaar is verstreken.
3. Bij de vaststelling van de uitkering ineens wordt aangesloten bij de berekening die in overeenkomstige gevallen wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers. Artikel 66, achtste lid, van de Pensioenwetis van overeenkomstige toepassing.
2. Onze Minister kan een pensioen als bedoeld in het eerste lid eveneens afkopen, mits Onze Minister na het ontslag van de belanghebbende als minister ten minste vijf maal tevergeefs heeft gepoogd de overdrachtswaarde over te dragen als bedoeld in artikel 13j, eerste lid, en na het ontslag ten minste vijf jaar is verstreken.
3. Bij de vaststelling van de uitkering ineens wordt aangesloten bij de berekening die in overeenkomstige gevallen wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers. Artikel 66, achtste lid, van de Pensioenwetis van overeenkomstige toepassing.