BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 137a
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op degene die krachtens <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/76" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 76, eerste lid, van de Provinciewet</a>, dan wel krachtens <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/78" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 78, eerste lid, van de Gemeentewet</a>het ambt van commissaris van de Koning, respectievelijk het ambt van burgemeester gedurende meer dan dertig dagen zonder onderbreking heeft waargenomen. Voor degene die aftreedt als waarnemer is de duur van de uitkering, ten dele in afwijking van artikel 132, steeds gelijk aan de duur van de waarneming. De uitkering bedraagt het volgens artikel 133toepasselijke percentage van de als waarnemer genoten vergoeding en wordt aangepast overeenkomstig het derde lid van dat artikel.
2. In afwijking van artikel 131komt de uitkering die de provincie of de gemeente na ontheffing van de waarneming verschuldigd is op grond van het eerste lid ten laste van Hoofdstuk VII van de rijksbegroting.
2. In afwijking van artikel 131komt de uitkering die de provincie of de gemeente na ontheffing van de waarneming verschuldigd is op grond van het eerste lid ten laste van Hoofdstuk VII van de rijksbegroting.