BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 167
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Behoudens het tweede lid treedt deze wet in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die van uitgifte van het <em>Staatsblad</em>, waarin zij wordt geplaatst.
2. Vervallen.
3. Met uitzondering van de in het tweede en vierde lid genoemde artikelen en onderdelen van artikelen en van de artikelen 37, 39, tweede en derde lid, 43, tweede lid, 44, tweede lid, 45, tweede lid, 82, 84, 87, tweede lid, 88, tweede lid, 89, tweede lid, 118, derde lid, 128, 129en 163, tweede en derde lid, werkt deze wet terug tot 1 januari 1966.
4. De artikelen 8, 50, onder e, 52, eerste lid, laatste volzin, 53, 54, 59, 67, 70en 133werken terug tot 1 januari 1969.
5. Waar in deze wet sprake is van het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet wordt daarmede, behoudens in de in het derde lid genoemde artikelen en artikelleden en in artikel 125, bedoeld 1 januari 1966.
2. Vervallen.
3. Met uitzondering van de in het tweede en vierde lid genoemde artikelen en onderdelen van artikelen en van de artikelen 37, 39, tweede en derde lid, 43, tweede lid, 44, tweede lid, 45, tweede lid, 82, 84, 87, tweede lid, 88, tweede lid, 89, tweede lid, 118, derde lid, 128, 129en 163, tweede en derde lid, werkt deze wet terug tot 1 januari 1966.
4. De artikelen 8, 50, onder e, 52, eerste lid, laatste volzin, 53, 54, 59, 67, 70en 133werken terug tot 1 januari 1969.
5. Waar in deze wet sprake is van het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet wordt daarmede, behoudens in de in het derde lid genoemde artikelen en artikelleden en in artikel 125, bedoeld 1 januari 1966.