BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 141
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
Na het overlijden van een lid van gedeputeerde staten, gewezen lid van gedeputeerde staten of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten hebben zijn kinderen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 18, 21, 25, 27, 28, 28a, 31en 34aalsmede de artikelen 39c, 40gen 40hen de nadere regels op grond van artikel 45arecht op een wezenpensioen, met dien verstande dat de bevoegdheid in artikel 31, tweede lid, wordt uitgeoefend door provinciale staten.