BWBR0002691
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 28a
Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
1. Als het partnerpensioen, het bijzonder partnerpensioen, het wezenpensioen of het tijdelijk pensioen op de dag van ingang op jaarbasis minder bedraagt dan het bedrag bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 66, eerste lid, van de Pensioenwet</a>, wordt dit pensioen afgekocht door een uitkering ineens, mits de betrokkene daarmee instemt.
2. Bij de vaststelling van de uitkering ineens wordt aangesloten bij de berekening die in overeenkomstige gevallen wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers. <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 66, achtste lid, van de Pensioenwet</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de afkoop van een klein pensioen.
2. Bij de vaststelling van de uitkering ineens wordt aangesloten bij de berekening die in overeenkomstige gevallen wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers. <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 66, achtste lid, van de Pensioenwet</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de afkoop van een klein pensioen.