BWBR0050941
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.1.1
Besluit bemanning zeeschepen
1. Een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van de wetwordt door Onze Minister afgegeven indien de aanvrager met de daarvoor benodigde kennisbewijzen, bekwaamheidsbewijzen, beroepseisen of diensttijd aantoont ten minste te voldoen aan de minimumeisen voor de betreffende functie:
a. genoemd in paragraaf 3.2 voor zover het functies betreft aan boord van een zeeschip, niet zijnde een zeilschip met een brutotonnage van minder dan 500 GT of een vissersvaartuig;
b. genoemd in paragraaf 3.4 voor zover het functies betreft aan boord van een vissersvaartuig.
2. Een kennisbewijs als bedoeld in het eerste lid of bekwaamheidsbewijs voor de zeilvaart mag ten hoogste 4 jaar voor de afgifte van het aangevraagde vaarbevoegdheidsbewijs zijn afgegeven.
3. Een kennisbewijs of bekwaamheidsbewijs voor de zeilvaart dat meer dan 4 jaar geleden is afgegeven geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs nadat de aanvrager met goed gevolg een bij ministeriële regeling vast te stellen test als bedoeld in sectie A-1/11, onderdeel 3, van de STCW-code heeft afgerond.
a. genoemd in paragraaf 3.2 voor zover het functies betreft aan boord van een zeeschip, niet zijnde een zeilschip met een brutotonnage van minder dan 500 GT of een vissersvaartuig;
b. genoemd in paragraaf 3.4 voor zover het functies betreft aan boord van een vissersvaartuig.
2. Een kennisbewijs als bedoeld in het eerste lid of bekwaamheidsbewijs voor de zeilvaart mag ten hoogste 4 jaar voor de afgifte van het aangevraagde vaarbevoegdheidsbewijs zijn afgegeven.
3. Een kennisbewijs of bekwaamheidsbewijs voor de zeilvaart dat meer dan 4 jaar geleden is afgegeven geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs nadat de aanvrager met goed gevolg een bij ministeriële regeling vast te stellen test als bedoeld in sectie A-1/11, onderdeel 3, van de STCW-code heeft afgerond.