BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.9.5
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. Onverminderd artikel 2.11beslist de minister afwijzend op een aanvraag indien:
a) de jonge landbouwer op 31 december van het aanvraagjaar een leeftijd heeft van jonger dan 16 jaar of ouder dan 39 jaar;
b) de jonge landbouwer niet beschikt over een passende opleiding of passende vaardigheden;
c) het landbouwbedrijf waar de jonge landbouwer bedrijfshoofd van is, niet is ingeschreven in het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, waarbij bij de inschrijving een verkorte omschrijving van de landbouwactiviteit is vermeld en de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) beginnend met de cijfers 011, 012, 013, 014, 015, 016 of 1051, voor zover minimaal 50 procent van de melk die wordt verwerkt op het eigen melkveebedrijf geproduceerd wordt;
d) de standaardverdiencapaciteit van het bedrijf, gebaseerd op de actuele bedrijfssituatie op de datum van indiening van de aanvraag, waar de jonge landbouwer bedrijfshoofd van is, niet minimaal 15.000 euro bedraagt;
e) de jonge landbouwer geen bedrijfshoofd is op de datum van indiening van de aanvraag;
f) de vestiging van het bedrijf waar subsidie als bedoeld in artikel 5.9.2. voor wordt aangevraagd heeft plaats gevonden voor 1 januari 2023, het bedrijf op de datum van indiening van de aanvraag niet is gevestigd of de jonge landbouwer voor 1 januari 2023 al bedrijfshoofd is;
g) aan de jonge landbouwer of vanwege de vestiging van het bedrijf reeds subsidie is verstrekt op grond van artikel 5.9.2.
2. Een jonge landbouwer beschikt over een passende opleiding of passende vaardigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien deze beschikt over:
a) een diploma of een getuigschrift van een opleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op het niveau middelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs; of
b) een bewijs van ten minste twee jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie, op het tijdstip van de subsidieaanvraag, tellend vanaf het moment dat de leeftijd van 16 jaar is bereikt.
3. Een jonge landbouwer is bedrijfshoofd als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, indien deze op de datum van indiening van de aanvraag:
a) voor ten minste 50 procent zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf;
b) als natuurlijk persoon daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 dat, behoudens de datum, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, van overeenkomstige toepassing is, en
c) minimaal het aantal uren per kalenderjaar, als vermeld in artikel 3.6, eerste lid, aanhef, van de Wet inkomstenbelasting 2021, werkzaam is in het bedrijf.
4. Van de zeggenschap, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is sprake, ingeval een jonge landbouwer:
a) ten minste 50 procent van een bedrijf juridisch in eigendom of onder het recht van reguliere pacht of erfpacht heeft; of
b) ten minste 50 procent van de aandelen bezit in geval van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap.
5. Indien aan het landbouwbedrijf meerdere jonge landbouwers als bedrijfshoofd deelnemen, dan hebben de jonge landbouwers individueel de vereiste daadwerkelijke langdurige zeggenschap en gezamenlijk de zeggenschap.
a) de jonge landbouwer op 31 december van het aanvraagjaar een leeftijd heeft van jonger dan 16 jaar of ouder dan 39 jaar;
b) de jonge landbouwer niet beschikt over een passende opleiding of passende vaardigheden;
c) het landbouwbedrijf waar de jonge landbouwer bedrijfshoofd van is, niet is ingeschreven in het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, waarbij bij de inschrijving een verkorte omschrijving van de landbouwactiviteit is vermeld en de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) beginnend met de cijfers 011, 012, 013, 014, 015, 016 of 1051, voor zover minimaal 50 procent van de melk die wordt verwerkt op het eigen melkveebedrijf geproduceerd wordt;
d) de standaardverdiencapaciteit van het bedrijf, gebaseerd op de actuele bedrijfssituatie op de datum van indiening van de aanvraag, waar de jonge landbouwer bedrijfshoofd van is, niet minimaal 15.000 euro bedraagt;
e) de jonge landbouwer geen bedrijfshoofd is op de datum van indiening van de aanvraag;
f) de vestiging van het bedrijf waar subsidie als bedoeld in artikel 5.9.2. voor wordt aangevraagd heeft plaats gevonden voor 1 januari 2023, het bedrijf op de datum van indiening van de aanvraag niet is gevestigd of de jonge landbouwer voor 1 januari 2023 al bedrijfshoofd is;
g) aan de jonge landbouwer of vanwege de vestiging van het bedrijf reeds subsidie is verstrekt op grond van artikel 5.9.2.
2. Een jonge landbouwer beschikt over een passende opleiding of passende vaardigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien deze beschikt over:
a) een diploma of een getuigschrift van een opleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op het niveau middelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs; of
b) een bewijs van ten minste twee jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie, op het tijdstip van de subsidieaanvraag, tellend vanaf het moment dat de leeftijd van 16 jaar is bereikt.
3. Een jonge landbouwer is bedrijfshoofd als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, indien deze op de datum van indiening van de aanvraag:
a) voor ten minste 50 procent zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf;
b) als natuurlijk persoon daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 dat, behoudens de datum, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, van overeenkomstige toepassing is, en
c) minimaal het aantal uren per kalenderjaar, als vermeld in artikel 3.6, eerste lid, aanhef, van de Wet inkomstenbelasting 2021, werkzaam is in het bedrijf.
4. Van de zeggenschap, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is sprake, ingeval een jonge landbouwer:
a) ten minste 50 procent van een bedrijf juridisch in eigendom of onder het recht van reguliere pacht of erfpacht heeft; of
b) ten minste 50 procent van de aandelen bezit in geval van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap.
5. Indien aan het landbouwbedrijf meerdere jonge landbouwers als bedrijfshoofd deelnemen, dan hebben de jonge landbouwers individueel de vereiste daadwerkelijke langdurige zeggenschap en gezamenlijk de zeggenschap.