BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 3.4.5
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
Onverminderd de artikelen 2.11en 3.1.3beslist de Minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:
a. de subsidiabele kosten minder dan € 150.000 bedragen;
b. aan artikel 3.4.6, eerste lid, onderdeel a, b of d, minder dan 6 punten zijn toegekend;
c. het project niet bijdraagt aan de kweek of teelt van voor menselijke consumptie geschikte aquacultuurproducten;
d. het project verband houdt met de kweek van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013;
e. het project gericht is op dieren die niet mogen worden gehouden;
f. het project gericht is op aquacultuurproducten die op grond van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU 2004, L 226) niet op de markt gebracht mogen worden; of
g. bij het project geen kennisinstelling wordt betrokken.
a. de subsidiabele kosten minder dan € 150.000 bedragen;
b. aan artikel 3.4.6, eerste lid, onderdeel a, b of d, minder dan 6 punten zijn toegekend;
c. het project niet bijdraagt aan de kweek of teelt van voor menselijke consumptie geschikte aquacultuurproducten;
d. het project verband houdt met de kweek van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013;
e. het project gericht is op dieren die niet mogen worden gehouden;
f. het project gericht is op aquacultuurproducten die op grond van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU 2004, L 226) niet op de markt gebracht mogen worden; of
g. bij het project geen kennisinstelling wordt betrokken.