BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.8.5.8
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. De subsidieontvanger maakt de resultaten van het project openbaar via het EIP-netwerk, bedoeld in artikel 154 van Verordening 2021/2115, en andere geëigende netwerken.
2. De subsidieontvanger verleent medewerking aan monitoring en evaluatie van de effecten van de uitgevoerde activiteiten voor zover deze medewerking redelijkerwijs van de subsidieontvanger verlangd kan worden.
3. De verplichting tot medewerking, genoemd in het tweede lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.
4. De vergoeding voor de waardedaling van landbouwgrond genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel f, wordt verstrekt onder de voorwaarden dat:
a. binnen een termijn van twee jaar na de subsidieverlening een overeenkomst tussen de eigenaar van de grond en het waterschap tot stand komt waarin voor de grondeigenaar een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen inhoudend na te laten wat de instandhouding van de natuurvriendelijke oever of watergang op de desbetreffende grond in gevaar brengt of verstoort;
b. van de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, een notariële akte wordt opgemaakt die door het waterschap wordt ingeschreven in de openbare registers.
2. De subsidieontvanger verleent medewerking aan monitoring en evaluatie van de effecten van de uitgevoerde activiteiten voor zover deze medewerking redelijkerwijs van de subsidieontvanger verlangd kan worden.
3. De verplichting tot medewerking, genoemd in het tweede lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.
4. De vergoeding voor de waardedaling van landbouwgrond genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel f, wordt verstrekt onder de voorwaarden dat:
a. binnen een termijn van twee jaar na de subsidieverlening een overeenkomst tussen de eigenaar van de grond en het waterschap tot stand komt waarin voor de grondeigenaar een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen inhoudend na te laten wat de instandhouding van de natuurvriendelijke oever of watergang op de desbetreffende grond in gevaar brengt of verstoort;
b. van de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, een notariële akte wordt opgemaakt die door het waterschap wordt ingeschreven in de openbare registers.