BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.2.42
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. Producentenorganisaties streven met hun operationeel programma overeenkomstig artikel 50, derde lid, van verordening 2021/2115minimaal de sectorale doelstellingen, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdelen b, e en f, van verordening 2021/2115, na.
2. Producentenorganisaties kunnen met hun operationeel programma tevens de sectorale doelstellingen, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdelen a, c, d, en g tot en met k, van verordening 2021/2115, nastreven.
3. Een operationeel programma van een unie van producentenorganisaties voldoet overeenkomstig artikel 50, zesde lid, aanhef en onderdeel b, van verordening 2021/2115aan de volgende voorwaarden:
a. een operationeel programma van een unie van producentenorganisaties mag niet dezelfde interventies bevatten als een operationeel programma van de aangesloten organisaties; en
b. interventies en overeenkomstige financiële bijdragen worden vermeld in het operationeel programma van elke aangesloten organisatie.
4. Een operationeel programma voldoet overeenkomstig artikel 50, zevende lid, van verordening 2021/2115aan de volgende voorwaarden:
a. ten minste 15% van de uitgaven heeft betrekking op interventies in verband met de sectorale doelstellingen, bedoeld in artikel 46, onderdelen e en f, van verordening 2021/2115;
b. ten minste drie acties houden verband met de sectorale doelstellingen, bedoeld in artikel 46, onderdelen e en f, van verordening 2021/2115;
c. ten minste 2% van de uitgaven heeft betrekking op interventies in verband met de sectorale doelstelling, bedoeld in artikel 46, onderdeel d, van verordening 2021/2115; en
d. de uitgaven voor interventies in het kader van sectorale interventietypes als bedoeld in artikel 47, tweede lid, onderdelen f, g en h, van verordening 2021/2115 bedragen niet meer dan één derde van de totale uitgaven.
5. Operationele programma’s worden uitgevoerd in jaarperioden die lopen van 1 januari tot en met 31 december.
2. Producentenorganisaties kunnen met hun operationeel programma tevens de sectorale doelstellingen, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdelen a, c, d, en g tot en met k, van verordening 2021/2115, nastreven.
3. Een operationeel programma van een unie van producentenorganisaties voldoet overeenkomstig artikel 50, zesde lid, aanhef en onderdeel b, van verordening 2021/2115aan de volgende voorwaarden:
a. een operationeel programma van een unie van producentenorganisaties mag niet dezelfde interventies bevatten als een operationeel programma van de aangesloten organisaties; en
b. interventies en overeenkomstige financiële bijdragen worden vermeld in het operationeel programma van elke aangesloten organisatie.
4. Een operationeel programma voldoet overeenkomstig artikel 50, zevende lid, van verordening 2021/2115aan de volgende voorwaarden:
a. ten minste 15% van de uitgaven heeft betrekking op interventies in verband met de sectorale doelstellingen, bedoeld in artikel 46, onderdelen e en f, van verordening 2021/2115;
b. ten minste drie acties houden verband met de sectorale doelstellingen, bedoeld in artikel 46, onderdelen e en f, van verordening 2021/2115;
c. ten minste 2% van de uitgaven heeft betrekking op interventies in verband met de sectorale doelstelling, bedoeld in artikel 46, onderdeel d, van verordening 2021/2115; en
d. de uitgaven voor interventies in het kader van sectorale interventietypes als bedoeld in artikel 47, tweede lid, onderdelen f, g en h, van verordening 2021/2115 bedragen niet meer dan één derde van de totale uitgaven.
5. Operationele programma’s worden uitgevoerd in jaarperioden die lopen van 1 januari tot en met 31 december.