BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 2.15
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. Onverminderd artikel 1.7doet de subsidieontvanger of, indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, de penvoerder onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat:
a. de subsidiabele activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, of
b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
2. De subsidieontvanger of, indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, de penvoerder meldt vervreemding van de onderneming waaraan subsidie is verleend of van grond waarop een activiteit waarvoor subsidie is verleend betrekking heeft, zo spoedig mogelijk en uiterlijk op de dag van daadwerkelijke vervreemding, schriftelijk aan de minister.
3. De subsidieontvanger is verplicht om het materiaal, bedoeld in artikel 49, zesde lid, van verordening 2021/1060of bijlage III, deel 1, punt 1.7, van verordening 2022/129, op verzoek van de minister ter beschikking te stellen.
a. de subsidiabele activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, of
b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
2. De subsidieontvanger of, indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, de penvoerder meldt vervreemding van de onderneming waaraan subsidie is verleend of van grond waarop een activiteit waarvoor subsidie is verleend betrekking heeft, zo spoedig mogelijk en uiterlijk op de dag van daadwerkelijke vervreemding, schriftelijk aan de minister.
3. De subsidieontvanger is verplicht om het materiaal, bedoeld in artikel 49, zesde lid, van verordening 2021/1060of bijlage III, deel 1, punt 1.7, van verordening 2022/129, op verzoek van de minister ter beschikking te stellen.