BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 3.4.6
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. De Minister kent aan een aanvraag om subsidie een hoger aantal punten toe naarmate:
a. het aangevraagd project een meer innovatief karakter heeft;
b. het aangevraagd project meer economisch of technisch perspectief heeft op toepassing op praktijkschaal;
c. de economische of technische haalbaarheid van het aangevraagd project hoger is;
d. het aangevraagd project een grotere bijdrage levert aan de ecologische verduurzaming van de aquacultuur, zijnde dat het project: 1°. bijdraagt aan het verminderen van afval;
2°. in het geval van viskweekprojecten bijdraagt aan aantoonbaar en significante verbetering van dierenwelzijn;
3°. rekening houdt met de natuurlijke leefomgeving en ecosystemen;
4°. bijdraagt aan efficiënter grondstof- en energieverbruik.
1°. bijdraagt aan het verminderen van afval;
2°. in het geval van viskweekprojecten bijdraagt aan aantoonbaar en significante verbetering van dierenwelzijn;
3°. rekening houdt met de natuurlijke leefomgeving en ecosystemen;
4°. bijdraagt aan efficiënter grondstof- en energieverbruik.
2. Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 10.
3. Voor het totaal aantal punten is de wegingsfactor voor onderdelen a, b, c en d respectievelijk, 20%, 20%, 20% en 40%.
4. De Minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
a. het aangevraagd project een meer innovatief karakter heeft;
b. het aangevraagd project meer economisch of technisch perspectief heeft op toepassing op praktijkschaal;
c. de economische of technische haalbaarheid van het aangevraagd project hoger is;
d. het aangevraagd project een grotere bijdrage levert aan de ecologische verduurzaming van de aquacultuur, zijnde dat het project: 1°. bijdraagt aan het verminderen van afval;
2°. in het geval van viskweekprojecten bijdraagt aan aantoonbaar en significante verbetering van dierenwelzijn;
3°. rekening houdt met de natuurlijke leefomgeving en ecosystemen;
4°. bijdraagt aan efficiënter grondstof- en energieverbruik.
1°. bijdraagt aan het verminderen van afval;
2°. in het geval van viskweekprojecten bijdraagt aan aantoonbaar en significante verbetering van dierenwelzijn;
3°. rekening houdt met de natuurlijke leefomgeving en ecosystemen;
4°. bijdraagt aan efficiënter grondstof- en energieverbruik.
2. Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 10.
3. Voor het totaal aantal punten is de wegingsfactor voor onderdelen a, b, c en d respectievelijk, 20%, 20%, 20% en 40%.
4. De Minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.