BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.1.2
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. In afwijking van de artikelen 1.3aen 1.3c, kiest de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten uit één van de volgende drie berekeningswijzen:
a. berekening subsidiabele kosten zonder forfait, opgenomen in artikel 5.1.3;
b. berekening subsidiabele kosten met forfait voor arbeidskosten, opgenomen in artikel 5.1.3a; dan wel
c. berekening subsidiabele kosten met forfait voor overige kosten, opgenomen in artikel 5.1.3b.
2. Het aantal uren gebruikt in de berekening, bedoeld in artikel 5.1.3, eerste en tweede liden artikel 5.1.3b, tweede en derde lid, wordt aan de hand van schriftelijke bewijsstukken verantwoord.
3. Indien een uurtarief wordt gehanteerd, als bedoeld in artikel 5.1.3, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° en onderdeel ben artikel 5.1.3b, derde lid, kan het totale aantal voor een bepaald jaar te subsidiëren uren in het geval van arbeidskosten per werknemer niet meer bedragen dan 1.372 uren bij een voltijd dienstverband of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband en in het geval van eigen arbeid per werknemer niet meer bedragen dan 1.720 uren.
4. De artikelen 5.1.3 tot en met 5.1.3bzijn niet van toepassing op paragraaf 3 van titel 5.2, de titels 5.3en 5.5, de paragrafen 5.7.3 tot en met 5.7.6, 5.7.8en 5.7.9van titel 5.7, paragraaf 5.8.2van titel 5.8en titel 5.9.
a. berekening subsidiabele kosten zonder forfait, opgenomen in artikel 5.1.3;
b. berekening subsidiabele kosten met forfait voor arbeidskosten, opgenomen in artikel 5.1.3a; dan wel
c. berekening subsidiabele kosten met forfait voor overige kosten, opgenomen in artikel 5.1.3b.
2. Het aantal uren gebruikt in de berekening, bedoeld in artikel 5.1.3, eerste en tweede liden artikel 5.1.3b, tweede en derde lid, wordt aan de hand van schriftelijke bewijsstukken verantwoord.
3. Indien een uurtarief wordt gehanteerd, als bedoeld in artikel 5.1.3, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° en onderdeel ben artikel 5.1.3b, derde lid, kan het totale aantal voor een bepaald jaar te subsidiëren uren in het geval van arbeidskosten per werknemer niet meer bedragen dan 1.372 uren bij een voltijd dienstverband of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband en in het geval van eigen arbeid per werknemer niet meer bedragen dan 1.720 uren.
4. De artikelen 5.1.3 tot en met 5.1.3bzijn niet van toepassing op paragraaf 3 van titel 5.2, de titels 5.3en 5.5, de paragrafen 5.7.3 tot en met 5.7.6, 5.7.8en 5.7.9van titel 5.7, paragraaf 5.8.2van titel 5.8en titel 5.9.