BWBR0045685
Geldig vanaf 2025-11-21
Artikel 5.3.103
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
1. Uitgaven voor de bestrijding van ziekten en plagen zijn subsidiabel. In het geval van middelen voor biologische of geïntegreerde gewasbescherming zijn de volgende kosten subsidiabel:
a. macrobiologische bestrijders en nematoden, die zijn toegelaten op grond van de Regeling natuurbescherming;
b. microbiologische bestrijders die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
c. overige gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
d. middelen voor feromoonverwarring die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
e. feromonen als lokstof;
f. kalkmelk voor de fruitteelt;
g. organismen, voeding en middelen voor dosering ter ondersteuning van biologische gewasbescherming;
h. natuurlijke vijanden waarvoor een ontheffing van de minister geldt;
i. natuurlijke vijanden waarvoor het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden een ‘dringend vereiste’ vergunning heeft afgegeven; en
j. gewasbeschermingsmiddelen met laagrisico stoffen of basisstoffen die zijn toegelaten door het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en voorzien zijn van N-nummer;
2. In het geval van biologische gewasbeschermingsmiddelen zijn de volgende kosten subsidiabel:
a. een scoutbox voor automatische detectie en diagnose van plagen;
b. de kosten voor de scoutbox-softwarelicentie;
c. sporenfilters voor de champignonteelt;
d. vangplaten en rollertraps; en
e. zaaizaad Tagetes als aaltjesbestrijders.
3. Niet subsidiabel zijn:
a. gewasbescherming van conventionele, niet natuurlijke oorsprong;
b. toeslag voor behandelingskosten doorbelast door leveranciers of plantenkwekers; en
c. ondersteunende materialen zoals afdichtingsmateriaal ten behoeve van het afdichten van champignoncellen.
a. macrobiologische bestrijders en nematoden, die zijn toegelaten op grond van de Regeling natuurbescherming;
b. microbiologische bestrijders die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
c. overige gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
d. middelen voor feromoonverwarring die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
e. feromonen als lokstof;
f. kalkmelk voor de fruitteelt;
g. organismen, voeding en middelen voor dosering ter ondersteuning van biologische gewasbescherming;
h. natuurlijke vijanden waarvoor een ontheffing van de minister geldt;
i. natuurlijke vijanden waarvoor het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden een ‘dringend vereiste’ vergunning heeft afgegeven; en
j. gewasbeschermingsmiddelen met laagrisico stoffen of basisstoffen die zijn toegelaten door het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en voorzien zijn van N-nummer;
2. In het geval van biologische gewasbeschermingsmiddelen zijn de volgende kosten subsidiabel:
a. een scoutbox voor automatische detectie en diagnose van plagen;
b. de kosten voor de scoutbox-softwarelicentie;
c. sporenfilters voor de champignonteelt;
d. vangplaten en rollertraps; en
e. zaaizaad Tagetes als aaltjesbestrijders.
3. Niet subsidiabel zijn:
a. gewasbescherming van conventionele, niet natuurlijke oorsprong;
b. toeslag voor behandelingskosten doorbelast door leveranciers of plantenkwekers; en
c. ondersteunende materialen zoals afdichtingsmateriaal ten behoeve van het afdichten van champignoncellen.